Van broekie met ambitie naar manager van DigiContact

Lisa is al vanaf de start bij DigiContact betrokken. Destijds was het nog een project en werkte ze als begeleider en projectmedewerker. Inmiddels is Lisa manager bij DigiContact. We spraken met haar over haar werk, wat haar motiveert en wat ze in haar vrije tijd graag doet. 

Zou je jezelf willen voorstellen? ’Ik ben Lisa van Duijn. Sinds 2014 werk ik bij DigiContact. Daarvoor heb ik als groepsleider in een GGZ-crisisopvang voor jeugd gewerkt. Mijn achtergrond ligt dus voornamelijk in de GGZ. Eerder woonde ik in Amersfoort, maar inmiddels in Zeewolde. Dit bevalt beter dan gedacht, niet alleen omdat hier geen stoplichten zijn, maar vooral omdat er een soort vakantiesfeer hangt. Ik woon hier met mijn vrouw en drie honden en vooral ook voor de honden woont het hier perfect.

Toch willen we, nadat we dit huis zo veel mogelijk hebben opgeknapt, graag verhuizen naar een wat meer definitieve plek, het liefst wat meer centraal in het land.’

Ik had al een innovatieve kijk op de zorg en het idee dat we daarin winst konden behalen.

Hoe ben je in 2014 bij DigiContact en later in de rol van manager terechtgekomen? ‘Ik was nieuwsgierig naar andere werkzaamheden rondom de zorg en naar projecten en innovaties. Ik had al een innovatieve kijk op de zorg en het idee dat we daarin in Nederland nog een hoop winst konden behalen. Daarom sprak dit project me erg aan. Het was een mooie kans om bij een andere tak van sport te kijken en vooral ook om met projecten bezig te gaan.’

Hoe was de start in 2014? ‘Hectisch. We waren een jong, ambitieus team en hadden een korte voorbereidingstijd om live te gaan. Dat was leuk, maar ook veel. Er gebeurde van alles wat we niet hadden kunnen voorzien. Het was zo’n nieuw concept, waardoor we alles nog moesten uitvinden. Wat betekent het voor een cliënt en een begeleider? We vinden het een kans, maar is dat het ook wel echt? Is die behoefte er eigenlijk wel en waaraan is dan precies behoefte? Ook moesten we uitzoeken hoe we de zorg op afstand precies gingen neerzetten. Wat is er dan belangrijk aan de achterkant en hoe regelen we dat cliënten de omgevingsgeluiden niet horen? Het eerste jaar waren we voornamelijk bezig om dat uit te vinden. Begeleiders zaten toen nog met z’n tweeën te wachten tot er gebeld werd. Dat is een wereld die we ons nu niet eens meer kunnen voorstellen.’

Ik kwam als broekie uit de GGZ en met veel ambitie bij DigiContact terecht.

Hoe heb je de ontwikkeling in de jaren die volgde, beleefd? ‘Als een grote uitdaging, waarbij mijn baan continu veranderde. Dat is mede de reden dat ik er nog steeds rondhang: ik kan niet tegen 9 tot 5-banen waarbij veel hetzelfde is. Bij DigiContact zijn we altijd in beweging en staan we open voor nieuwe concepten en uitdagingen. Er is weerstand geweest op allerlei vlakken, waardoor we veel geleerd hebben. Zelf heb ik ook veel geleerd. Ik kwam als broekie uit de GGZ en met veel ambitie bij DigiContact terecht. Die ontwikkeling is mooi geweest.’

Wat is een voorbeeld van weerstand waar een mooie ontwikkeling uit is gekomen? ‘Doordat begeleiders geen informatie over en ervaring met DigiContact hadden, dachten ze dat het hen zou vervangen. Inmiddels merken ze de meerwaarde ervan en dat 24/7 bereikbaar zijn ook preventief kan werken. Ze kunnen altijd een beroep op ons doen. In de huidige arbeidsmarkt wordt het al helemaal niet meer ervaren als een vervanging, maar als een verlengstuk van de fysieke begeleiding.’

Wat is jouw rol als manager binnen DigiContact? ‘Samen met mijn collega’s Margriet en Rianne vorm ik het managementteam van DigiContact. Margriet is de teamcoach en richt zich op het aansturen en doorontwikkelen van het team. Rianne is gedragsdeskundige en richt zich op de kwaliteit en het beleid. Ik ben vooral bezig met de strategie, de processen en uiteraard het financiële stuk. Denk aan het vormgeven en doorontwikkelen van de dienst, de technische ontwikkeling, de samenwerking met de verschillende partners en het behouden van de kwaliteit.’

De 24/7 bereikbaarheid is dé kracht van DigiContact.

Wat vind jij de kracht van DigiContact? ‘De 24/7 bereikbaarheid is dé kracht van DigiContact. Daarbij zijn we niet alleen een doorverwijzer of tussenpersoon. We bieden ook direct begeleidingsgesprekken. Dat zie je niet veel bij andere organisaties en zeker niet met minimaal HBO-geschoolde medewerkers. De begeleiders van DigiContact zijn dit wel en daarnaast gespecialiseerd in de doelgroep waar ze mee werken. We werken namelijk met expertiseteams, waardoor cliënten uit de GGZ een begeleider aan de lijn krijgen die gespecialiseerd is in de GGZ. Daar ligt echt een kracht.’

Het werken in expertiseteams is een recente ontwikkeling. Hoe is dat gegaan? ‘We merkten dat er meer vraag was naar specialistische en meer intensieve ondersteuning. Organisaties wilden DigiContact meer inzetten voor het behalen van doelen en als onderdeel van de structurele ondersteuning. Dat vraagt veel van de expertise van begeleiders van DigiContact.’ 

‘Ik denk dat de arbeidsmarkt veel invloed heeft op de verschuiving naar die specialistische ondersteuning. We kunnen de zorg niet meer bieden zoals we dit altijd deden, maar willen wel hetzelfde bieden. DigiContact is dan een mooie oplossing. Ook de pandemie heeft hier invloed op gehad. Begeleiders hebben zelf ondersteuning op afstand gegeven en ervaren dat het goed werkte. De drempel voor ondersteuning op afstand is daardoor veel lager geworden.’

Cliënten durven weer naar buiten, zelfstandig te reizen en naar een afspraak toe te gaan.

‘De zelfredzaamheid en eigen regie van cliënten vinden we ook erg belangrijk. We merken dat cliënten steeds minder bellen zodra ze gewend zijn aan DigiContact. Ze weten namelijk dat ze, wanneer nodig, een beroep op ons kunnen doen en dat geeft vertrouwen. Cliënten durven weer naar buiten, zelfstandig te reizen en naar een afspraak toe te gaan. Soms bereiden ze dat met een begeleider van DigiContact voor en ze weten dat ze direct kunnen bellen als ze vastlopen.’ 

‘Dat we werken in hetzelfde dossier als begeleiders van welke organisatie dan ook, is ook een enorme kracht. Cliënten hoeven niet opnieuw hun verhaal te doen als ze een andere medewerker aan de lijn krijgen. We weten wat er de vorige keer is besproken en kunnen daarop voortborduren.’

Begeleiders kunnen jullie ook bellen. Wat hoor je van hen terug? ‘Ze vinden dat heel prettig. Doordat ze altijd een beroep op ons kunnen doen, hebben ze het idee dat ze er niet alleen voor te staan. Vooral ’s avonds, ’s nachts en in het weekend is er een minimale bezetting op de locaties en ambulante begeleiders gaan veelal alleen naar een cliënt toe. Dan kunnen ze ons ook bellen. Soms gaan we zelfs aan de telefoon mee naar binnen, als het mogelijk een spannende situatie wordt. Zo zijn er allerlei momenten waarop ze kunnen sparren, het fijn vinden dat ze hun verhaal kunnen doen en dat niet direct bij de manager hoeven te doen. Naast het sparren over casussen, kunnen begeleiders zaken bij ons beleggen. Hun telefoon zetten ze met een gerust gevoel om 17:00 uit, omdat ze weten dat cliënten ons altijd kunnen bellen. De eindverantwoordelijkheid blijft altijd bij de organisatie die de fysieke begeleiding verzorgt, maar wij kunnen daartussen zitten.’

We onderzoeken of een Digital Human bepaalde vragen kan opvangen.

DigiContact heeft de afgelopen jaren een hele ontwikkeling doorgemaakt. Welke kans zie je, waarmee jullie nog verder kunnen ontwikkelen? ‘We merken dat de behoefte naar korte dagstructuur-momenten, wekgesprekken en medicatieherinneringen steeds groter wordt, omdat de fysieke ondersteuning minder wordt of zelfs wegvalt. Daarom onderzoeken we of een Digital Human bepaalde vragen kan opvangen. Dat is een virtueel persoon die korte gesprekjes kan voeren. Voor die taken is het zonde om een HBO-geschoolde medewerker in te zetten. Hun expertise zetten wij graag in op andere plekken. Binnenkort starten we hiervoor met een pilot. We merken dat cliënten er erg voor open voor staan en het vinden fijn.’

‘We weten dat de Digital Human al veel kan en dat het op een gegeven moment volledige gesprekken moet kunnen voeren. Om dat eerst te polsen, uit te proberen en ook de reacties uit te vragen, beginnen we klein. We starten met eenvoudige, voorgeprogrammeerde vragen, waarop de cliënt met ja of nee kan antwoorden. Vervolgens wordt altijd gevraagd of de cliënt nog een begeleider van DigiContact wil spreken. We denken dat het een mooie aanvulling kan zijn, bijvoorbeeld voor cliënten met een lager niveau die zich soms eenzaam voelen. Zij kunnen bij wijze van spreken de hele dag met de Digital Human bellen.’

Jij spreekt niet direct met cliënten, maar krijgt natuurlijk wel verhalen mee. Neem jij je werk wel eens mee naar huis? ‘Soms word ik benaderd voor casussen of IT-problemen, ook in de avond- en nachturen. DigiContact is 24/7 bereikbaar, dus ik ook. Soms zijn het casussen die me raken. Ik ben zelf ook een hulpverlener van origine en vind het belangrijk dat we het juiste doen op zo’n moment. Ik kan me dan wel eens afvragen of we alle stappen juist hebben genomen en of we bepaalde situaties hadden kunnen voorkomen. Daarnaast bied ik ook ondersteuning aan medewerkers als ze ergens moeite mee hebben. Ze krijgen regelmatig escalaties mee aan de lijn. In die zin is het meer de medewerker die ik in gedachte mee naar huis neem, dan casussen zelf.’

Dat is ook wel de kracht van DigiContact: collega’s kunnen altijd een beroep doen op elkaar.

Hoe lukt het jou om thuis los te komen van je werk? ‘Ik heb thuis een druk leven met mijn honden die van alles van me willen. Daar loop ik elke dag een eind mee. Dat zijn de momenten waarop ik een stapje terug kan doen en de ontspanning vind. Ook kan ik alles met mijn collega-managers bespreken. Met hen bedenk ik hoe we de medewerkers goed kunnen ondersteunen en hoe we, samen met het team, werken aan de toekomst van DigiContact. Het is heel waardevol om dit samen te kunnen doen.’

‘Mijn motivatie voor mijn werk bij DigiContact heeft ook echt te maken met het team waarmee ik werk. De mensen die dag in dag uit voor de organisaties en mensen klaarstaan, ook op de momenten waarop zij normaliter niet een beroep op begeleiders kunnen doen en wanneer ze het zo erg nodig hebben.’

Ik heb asielhonden gehad en bewonder juist de honden met een rugzakje.

Wat doe je nog meer graag in je vrije tijd? ‘Bezig zijn met mijn honden is een grote hobby. Ik heb asielhonden gehad en bewonder juist de honden met een rugzakje. Ook heb ik lang op hoog niveau gehockeyd. Daar komt mijn discipline en werkethiek vandaan, waar ik nog steeds baat bij heb. Ik heb geleerd om te presteren onder druk. Bij de start van DigiContact lag er veel druk op het project. Iedereen keek mee en uiteindelijk moest het wel slagen. Nog steeds is het regelmatig ontzettend druk. Ik heb geleerd om dan de rust te bewaren. Overzicht bewaren als het heel chaotisch is, haal ik uit de sport. Inmiddels hockey ik niet meer, maar ook binnen mijn huidige baan denk ik nog vaak terug aan de wijze lessen die ik van coaches heb meegekregen.’

‘Nu ben ik van plan om de opleiding tot kynologisch instructeur te gaan doen. Ik leer dan hondenbaasjes te begeleiden in het opvoeden en trainen van hun hond. Naast dat ik zelf honden heb, help ik al jaren als vrijwilliger in het asiel in Amersfoort. Je ziet daar veel gebeuren, het lijkt me gaaf om dat op professionele basis te kunnen doen.’

Vanaf een afstand kan ik hen geven wat ik vroeger ook nodig had

Ellen werkt al bijna 15 jaar in de zorg. Meer dan 10 jaar werkte ze op groepen waar veel agressie plaatsvond. Op den duur merkte ze dat ze dit werk niet langer kon doen. Het liefst bleef ze hetzelfde werk doen, maar dan minder onveilig. Dat vond ze in het werk bij DigiContact. Met Ellen spreken we over haar werk, motivatie en hobby’s. 

Wil je jezelf voorstellen? ‘Ik heet Ellen, ben 35 jaar en ik woon in Amersfoort. Ik ben fulltime hondenmoeder van mijn hond Nacho. Twee jaar geleden heb hem uit Spanje geadopteerd, waar hij geen fijn leven had. Hij is dan ook getraumatiseerd en dat is soms veel werk. Het gaat gelukkig veel beter: hij speelt, is speels en kwispelt zelfs, wat hij eerder niet deed.’

In plaats van focussen op diagnoses en ziektebeelden, vind ik het boeiender om te kijken naar iemands leven en wat iemand heeft meegemaakt.

‘Naast mijn werk bij DigiContact studeer ik Geestelijke Verzorging aan de Radboud Universiteit. De studie is gericht op zingeving en betekenis geven aan nare dingen die gebeuren aan het leven. In plaats van focussen op diagnoses en ziektebeelden, vind ik het boeiender om te kijken naar iemands leven en wat iemand heeft meegemaakt. Ik wil iemand echt zien als mens in plaats van vanuit een ziektebeeld. Dat is de reden dat ik dit ben gaan studeren. Ook vind ik het boeiend om te kijken naar zingeving. Wat geeft zin voor iemand en wat is nou echt belangrijk?’

‘Ik heb net mijn scriptie afgerond met een voldoende, waar ik erg blij mee ben. Ik heb er lang over gedaan, omdat ik het combineerde met mijn werk bij DigiContact. Mijn scriptie ging over suïcidale jongeren en hun lijden. Opvallend was dat veel van deze jongeren vroeger nare dingen hebben meegemaakt, waardoor ze nooit konden dromen over de toekomst, een zingevingskader konden opbouwen en konden nadenken over wie ze werkelijk zijn. Dat vond ik heel boeiend.’ 

Ik kijk naar het menselijke van gedrag, naar menselijke behoeftes die we allemaal hebben, maar die sommigen moeilijk kunnen uiten.

Hoe ben je bij DigiContact terechtgekomen? ‘Ik werk sinds mijn 21e in de zorg, voornamelijk met jongeren met een lichte verstandelijke beperking en/of een psychische problematiek. Op de groepen waar ik werkte was veel agressie. Ik zoek graag uitdagingen en vind het leuk om uit te zoeken wat er onder iemands gedrag zit. Daarbij kijk ik naar het menselijke van het gedrag, naar menselijke behoeftes die we allemaal hebben, maar die sommigen moeilijk kunnen uiten.’

‘Ik heb dus altijd op hele heftige groepen gewerkt. Na meer dan 10 jaar daarin gewerkt te hebben en veel meegemaakt te hebben, merkte ik dat ik het nodig had om iets anders te gaan doen. Het werk doet veel met je. Het liefst wilde ik hetzelfde werk doen, maar dan minder onveilig. Ik werk nu 1,5 jaar bij DigiContact en sta niet meer in de heftige situatie. Ik ben er vanaf een afstand bij betrokken en dat vind ik fijn. Ik help nog steeds in crisissituaties, maar niet meer fysiek.’

Ik hoefde niet meer heel alert te zijn, wat ik blijkbaar altijd was.

‘Toen ik hier kwam werken, vond ik het bizar dat ik geen ogen meer in m’n achterhoofd hoefde te hebben en dat ik me gewoon veilig voelde. Ik hoefde niet meer heel alert te zijn, wat ik blijkbaar altijd was. Nog steeds ondersteun ik mensen, ook in moeilijke situaties, maar vanuit fysieke rust.’ 

‘Een andere reden om bij DigiContact te gaan werken, waren de consultatiediensten. In die diensten bellen begeleiders met vragen of om hun ei kwijt te kunnen. Ik sta aan de andere kant, maar begeleiders weten dat ik weet hoe ze zich voelen op het moment dat ze in een crisissituatie staan en agressie hebben ervaren. Ze weten ook dat ze de ruimte hebben om daarover te praten. Vanaf een afstand kan ik hen geven wat ik vroeger ook nodig had. Ik werkte toentertijd bij een andere organisatie en wij hadden dit niet. Ik vind het een mooie dienst van DigiContact.’

Kunnen begeleiders in een crisissituatie direct contact met jullie opnemen? ‘Buiten kantoortijden, ‘s avonds en in het weekend, kunnen begeleiders van aangesloten organisaties bellen als er iets. Het kan iets praktisch zijn, maar ze vragen ook veel advies over wat ze in bepaalde situaties moeten doen. Dat kan een crisissituatie zijn of bijvoorbeeld wanneer een cliënt suïcidaal is. Soms moeten wij dan een dienstdoende manager of een gedragswetenschapper bellen. Het is maar net wat de vraag van de begeleider is. Als ik dat als begeleider had gehad, zou dat veel gescheeld hebben. Ik denk dat het heel fijn is dat je ook achteraf met iemand kunt praten, je ei kwijt kunt over hoe heftig een situatie was.’

Ik vind het mooi dat iemand die overstuur is na 10 minuten bellen weer verder kan met zijn dag, gewoon door even contact te hebben.

Wat zijn nog meer voordelen van de hulp die DigiContact biedt? ‘Ik vind het goed dat het erg breed is en we verschillende doelgroepen spreken. Ook vind ik het mooi dat iemand die overstuur is na 10 minuten bellen weer verder kan met zijn dag, gewoon door even contact te hebben. Dat vond ik aan het begin erg apart. Ik dacht: ik heb toch niet zoveel gedaan? In een korte tijd kan iemand al verder helpen. Je kunt het misschien niet oplossen, maar iemand kan weer door met zijn dag.’

Heb je daar een voorbeeld van? ‘Zulke gesprekken heb ik elke dag. Cliënten hebben vaste afspraken over praktische zaken, maar kunnen ook ongepland bellen. Ze moeten dan hun verhaal kwijt of hebben net iets meer nodig, omdat ze even niet verder kunnen. Als hulpverlener ben je dan geneigd om afleiding als optie aan te bieden. Wat ik vanuit mijn achtergrond in de geestelijke verzorging probeer, is om erbij stil te staan en het te erkennen: “Het is heel vervelend en niet makkelijk.” Dat kan al veel brengen. Doe je dit niet, dan kan je er te makkelijk overheen gaan. Je vraagt bijvoorbeeld of iemand al heeft gewandeld of iets anders heeft gedaan wat afleidt. Cliënten reageren wel eens: “Ja, dat werkt hooguit een half uur, maar dan kom ik thuis en zit ik er weer in.” Dat is ook zo. Afleiding is niet de oplossing voor een probleem. Ik noem het een 10%-oplossing.’ 

‘Ook kan het voor mensen veel schelen als je het erkent en bespreekt dat je het nu even niet kan oplossen. Ik wil ze ook geen worst voorhouden. Wel lees ik rapportages terug en zie ik wat die persoon wel doet, stapje voor stapje. Zo sprak ik vorige week iemand die er doorheen zat. Ik zei: “Je zit nu wel op de bank en hebt je gewassen, je aangekleed en gegeten. Volgens mij is dat oké en goed voor nu. Het is al heel wat en je bent al ver gekomen.”’

Het is niet zo dat het leven altijd succesvol en fijn is.

Neem je vanuit je studie meer mee in je werk bij DigiContact? ‘Ik probeer wel eens tools van de geestelijke verzorging in te brengen, bijvoorbeeld als het gaat over het verdragen van nare dingen. Ik kijk minder vanuit diagnoses, maar vanuit dingen die cliënten als mens meemaken en die ze beschadigen. Het hoort allemaal bij het leven, want het leven is niet altijd succesvol en fijn.’

Naast heftige en erg nare onderwerpen, bellen cliënten en medewerkers ook met luchtigere vragen. Hoe vind je die afwisseling? ‘De vragen verschillen erg en dat vind ik fijn. Ik ben gespecialiseerd in de GGZ, jeugd en justitie, dus krijg veel vragen van deze doelgroepen binnen. Tussendoor krijg ik ook vragen binnen van andere cliënten, bijvoorbeeld van iemand met een lichte verstandelijke beperking die gewoon zijn leven leidt en blij in het leven staat. Dat zijn hele andere gesprekken en dat probeer ik dan ook luchtig te houden. Ik luister voornamelijk naar waar ze behoefte aan hebben. Zo geven sommige cliënten aan dat het allemaal wel goed gaat. Dan benadruk ik vooral hoe fijn dat is.’ 

‘Ik vind het ook leuk om af en toe een grapje te maken of sarcastisch te zijn. Cliënten die een afspraak hebben, zie je regelmatig terug. Daardoor kun je terugpakken op een situatie uit een vorig gesprek, maar kun je ook inschatten bij wie je een grapje kunt maken. Sommige cliënten hebben veel zelfspot. Het is fijn om zulke luchtige gesprekjes tussendoor te hebben. Als je alleen maar zware gesprekken hebt, houd je dat ook niet vol.’

‘Het heeft iets weg van ambulant werk: je komt bij mensen thuis, maar dan via beeld. De gesprekken met DigiContact zijn soms wel persoonlijker dan die ze met hun begeleiders voeren. Het verschilt per cliënt, maar sommigen bespreken situaties liever niet met hun begeleiders, omdat die meer praktische hulp bieden. Ze komen een keer per week en ondersteunen bij andere praktische zaken, zoals de post. Bij DigiContact kunnen ze hun verhaal doen over diepgaandere dingen, zonder dat ze er direct wat mee moeten. We rapporteren dat natuurlijk wel, dus begeleiders kunnen het lezen.’

Ik weet dat de cliënten worden opgevangen. Daardoor kan ik het makkelijker loslaten.

Als je een moeilijk gesprek hebt gehad, neem je dat dan wel eens mee naar huis? ‘Ik heb door de jaren heen geleerd om dat niet meer mee naar huis te nemen. In mijn werk op de groepen voelde ik me altijd over-verantwoordelijk. Er was veel verloop, waardoor ik weleens bijna geen collega’s meer had. Toen was ik thuis wel veel bezig met of alles wel goed liep. Bij DigiContact vind ik het makkelijker, omdat ik weet dat er begeleiders bij cliënten betrokken zijn. Ik zet mijn rapportage in het systeem en ga ervanuit dat begeleiders op de hoogte zijn van de situatie. Twijfel ik daarover, dan stuur ik begeleiders soms een mail dat het goed is om de rapportage te lezen. Ik weet dat de cliënten worden opgevangen. Daardoor kan ik het makkelijker loslaten.’

‘Ook heb ik de afgelopen jaren een persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. Ik ben me bewust van dat werk mijn werk blijft en dat ik het niet allemaal kan oplossen. Er is ook een cliënt die al lang zorg heeft en daardoor vaak heeft meegemaakt dat begeleiders in een burn-out raken en weggaan. Hij wil niet dat ik moet stoppen en zegt daarom aan het eind van een gesprek altijd: “Vergeet niet de knop om te zetten.” Zo neem ik het werk niet mee naar huis. Dat is heel lief, maar ook heel sneu. Het helpt mij om te realiseren dat je het niet redt als je alles mee naar huis neemt. Ik heb ook mijn eigen leven en geen hulpverlener is vrij van issues.’

Ik ben erg geïnteresseerd in mijn eigen religie, maar ook in andere religies: alles wat mij verder kan brengen.

Als je vrij bent, wat vind je dan leuk om te doen? ‘Ik sport veel. Ik houd van krachttraining en yoga. Dat zijn echt wel tegenpolen: met krachttraining ben ik aan knallen en mijn spieren moe aan het maken en bij yoga ga je terug naar je lichaam en je gevoel. Ik ben gelovig en spiritualiteit is belangrijk voor me. Yogadocenten bereiden soms een tekst voor die ze voorlezen, zodat je dat kunt meenemen in je yogales. Dat vind ik heel interessant en fijn. Ik ben erg geïnteresseerd in mijn eigen religie, maar ook in andere religies: alles wat mij verder kan brengen. Daarnaast ben ik creatief en vind ik het leuk om te schilderen en te tekenen. Schrijven vind ik ook leuk om te doen, maar dan meer voor mezelf.’

Tot slot nog even terug naar DigiContact. De afgelopen jaren hebben jullie een hele ontwikkeling doorgemaakt. Hoe zou DigiContact zich nog verder kunnen ontwikkelen? ‘Ik denk dat het goed is om nog meer te specialiseren in de doelgroepen. DigiContact moet eigenlijk bij alle cliënten passen, maar er zijn ook cliënten die problemen hebben met vertrouwen. Vooral voor mensen met psychische problematieken is dat erg moeilijk. We kijken in de intakes al naar wat de cliënten nodig hebben, maar door specialisaties kunnen we nog meer zorg op maat leveren. Ik zie dat als een mooie kans.’