Melanie werkte met plezier als projectmedewerker, maar vond haar echte passie bij DigiContact

Toen Melanie bij DigiContact ging werken, had ze geen zorgachtergrond. Inmiddels is ze haar studie aan het afronden en heeft ze haar passie in DigiContact gevonden. We spreken haar over haar werk en motivatie, maar ook over wat ze graag in haar vrije tijd doet.

Zou je jezelf willen voorstellen? ‘Mijn naam is Melanie en ik ben moeder van twee jongens van 13 en 8 jaar. Ik heb lang bij Philadelphia op het hoofdkantoor gewerkt, eerst als managementassistent voor HR en later als projectmedewerker bij het Leerhuis. Toen het coronavirus in 2020 opkwam, kwam ik thuis te zitten. Mijn werk liep enorm terug, omdat er geen trainingen gegeven konden worden. Ook mijn kinderen bleven thuis en ik merkte dat ik eruit wilde. Ik wilde me graag nuttig maken.’

Ik had nooit de ambitie om in de zorg te werken

‘Ik had nooit de ambitie om in de zorg te werken. Mijn zusje doet dit wel, maar ik dacht altijd dat dit niets voor mij was. Sinds ik kinderen heb, snap ik het werken met mensen met een beperking wel beter, omdat je soms met cliënten spreekt met het niveau van een kind van 10 jaar. Ook heb ik een tijd gewerkt voor de Raad van Bestuur voor externe onderzoeken. Daar werden extreme incidenten besproken waar de hulpdiensten bij waren gekomen. Het was nooit het incident wat bekritiseerd werd, maar er werd besproken hoe het kwam dat het een incident werd. Vaak kwam het erop neer dat er iets speelde in de groep, zoals personeelstekort. Ik vond dat heel interessant. Daar begon mijn interesse voor de inhoudelijke kant van de zorg.’

Hoe ben je bij DigiContact terechtgekomen? ‘Tijdens de pandemie zag ik een oproep van DigiContact. Er was hulp nodig vanwege de enorme drukte door Corona gerelateerde vragen. Ik had geen zorgachtergrond, maar ze hadden zoveel mensen nodig dat ik toch mocht helpen. Ik werkte vaak in de avonden, weekenden en feestdagen.’ 

Toen ik eenmaal bij DigiContact ging werken, had ik mijn passie gevonden

‘Al snel kwam ik erachter dat ik dit heel gaaf werk vond. Ik heb altijd met plezier gewerkt op het hoofdkantoor en had leuke collega’s. Ik heb alleen nooit een passie ergens voor gehad. Op school wist ik al niet wat ik wilde en op een gegeven moment baalde ik daar wel van. Ik ben helemaal niet spiritueel, maar toen ik bij DigiContact ging werken, voelde ik gewoon dat dit het voor mij was. Hier moest ik iets mee doen. Omdat ik geen hbo-diploma had, zou dat alleen niet kunnen. Uiteindelijk kon het toch, als ik een opleiding ging doen. Ik startte met AD Sociaal werk in de zorg en ben nu aan het afstuderen. Dat is erg spannend, maar ook leuk.’

Hoe vind je het werk bij DigiContact nu? ‘Ik zit er op mijn plek. In het jaar dat ik bij DigiContact begon, ben ik in augustus gescheiden van de vader van mijn kinderen. In oktober ben ik verhuisd naar een fijn plekje dichtbij hem. De kinderen kunnen daardoor makkelijk heen en weer. Als ik nachtdiensten heb, dan zijn de kinderen bij hem. Dat is heel fijn.’

‘De passie voor dit werk kwam ineens op mijn pad. Ik denk dat ik het anders nooit had geprobeerd. De afwisselende gesprekken vind ik erg fijn. Na een heftig gesprek over bijvoorbeeld verslaving kun je weer even op adem komen door over een luchtig onderwerp te praten. Al merk dat ik van de heftige gesprekken ook energie krijg, bijvoorbeeld wanneer ik meedenk over een incident. Het geeft een adrenaline-kick, omdat er direct gehandeld moet worden en het echt belangrijk is. Ik vroeg me eerst af of dat niet gek is, maar collega’s herkennen dit.’

‘In andere gesprekken heb ik soms het gevoel dat ik eigenlijk niks doe. Dat vind ik mooi, want dan doe je er zelf niet toe. Je luistert vooral en vraagt door. Je bent er en van cliënten hoor ik vaak dat ze daar veel aan hebben gehad.’ 

Ik vind het belangrijk om altijd de persoon te blijven zien en denk dat dat een kracht is

Toen je bij DigiContact startte, had je nog niet de achtergrond en kennis van de zorg waar je op terug kon vallen. Hoe was dit voor je? ‘Dat heeft geholpen in hoe ik mensen benaderde. Een cliënt zei laatst dat ze het vervelend vindt als mensen het hebben over cliënten, want dat voelt alsof zij niets is en alleen maar in zorg zit. Ik vind het belangrijk om altijd de persoon te blijven zien en denk dat dat een kracht is. Doordat ik weinig van de problematieken afwist, behandelde ik iedereen als gelijke. Ik had nog geen standaardzinnetjes en dat kreeg ik veel terug. Een cliënt zei eens dat ze het heel vervelend vond dat begeleiders aan het eind van een gesprek altijd vroegen “Kan ik verder nog iets voor je doen?”. Ik vind het heel mooi dat ze dat teruggeeft, want we moeten geen machines worden.’

‘Ik vraag regelmatig hoe mensen mijn hulp vinden en krijg vaak terug dat ik het goed doe. Ook in de opleiding kwam naar voren dat ik het intuïtief goed doe. Nu ben ik me daar ook bewust van. Dat is fijn en geeft vertrouwen.’

‘Waar ik wel mee moest oppassen, was dat ik niet te lang met cliënten in gesprek ging. Er is in het begin wel eens geopperd om te proberen de gesprekken rond de 7 minuten af te ronden, maar de één heeft 1 minuut nodig en de ander misschien wel 20 minuten. Als je weet dat mensen eenzaam zijn, zit je soms in een spagaat, omdat het ook heel druk is. Daar moet ik rekening mee houden. Het afronden van gesprekken heb ik wel moeten leren. Hier hebben collega’s bij geholpen.’

‘Hoewel ik het liever goed doe, ben ik niet bang om fouten te maken. Ik kan ze ook erkennen. Zo belde er een keer een cliënt tijdens de overdracht. Zij belde normaal gesproken alleen voor medicatie, maar zat ergens mee en had me langer nodig. Ondertussen gebeurde er van alles om mij heen, waardoor ik er met mijn hoofd niet helemaal bij was. Ik merkte dit, maar omdat het 11 uur ’s avonds was wilde ik haar niet vragen om later terug te bellen. Ze zou vast zo naar bed gaan. Een paar dagen later vertelde een collega dat de cliënt had aangegeven dat ze het geen fijn gesprek vond. Dat vond ik heel vervelend. Ik heb haar teruggebeld en mijn excuses aangeboden. Ze had helemaal gelijk. Nu hebben we afgesproken dat, als het weer voorkomt, we wel vragen of we over een half uur terug kunnen bellen.’

Je voelt je nooit alleen, zelfs als je thuis werkt

‘Daarnaast vind ik het heel fijn hoe we als collega’s van DigiContact met elkaar omgaan. Tijdens de gesprekken heb ik de chat altijd open staan. Als ik iets niet weet, dan gooi ik het in de groep en denken anderen mee. Je voelt je daardoor nooit alleen, zelfs als je thuis werkt.’

Wat vind jij het grootste voordeel van DigiContact? ‘Dat we altijd bereikbaar zijn. Momenteel moeten bellers soms wat langer in de wacht staan, maar ik zeg altijd: “Blijf wachten, want we zijn er wel.” Van een cliënt die verslaafd is, kreeg ik ook terug dat hij het zo fijn vond dat hij ons altijd kon bellen, omdat “de verslaving niet ophoudt om 17:00 uur”. Dat is precies wat het is.’

‘Wat ik ook een voordeel vindt, maar waarvan ik me kan voorstellen dat het ook een nadeel kan zijn, is dat we met een grote groep zijn. Daardoor heb je vaak iemand anders aan de lijn. Hoewel sommigen dat lastig vinden, is dat voor velen heel fijn. Een cliënt heeft met de ene DigiContact-medewerker namelijk meer dan met de ander. Ook vertellen sommige cliënten meer tegen ons dan tegen de ambulant begeleider. Tegen een haast onbekende op afstand praat het soms makkelijker.’

‘Daarnaast vind ik de consultaties erg belangrijk. Dat zijn gesprekken met begeleiders die ons bellen als er wat is op locatie of met een cliënt. Die kunnen heftig zijn, maar ook gaan over dat een deur niet dichtgaat. We denken mee met de begeleiders en schalen eventueel op naar een bereikbare manager of gedragsdeskundige. Zo belde laatst een begeleider die zei dat ik niet gelijk iemand hoefde in te schakelen, maar dat ze zich ergens niet fijn bij voelde. We hadden het daar even over en toen was het voor haar goed.’

Je doet er zelf niet toe, maar bent er echt voor de ander. Dat voelt heel goed.

Wat maakt voor jou het werk zo leuk en uitdagend? ‘Het werken met mensen. Je doet er zelf niet toe, maar bent er echt voor de ander. Dat voelt heel goed. Mijn vorige werk deed er ook toe, maar als ik er niet was, dan was het niet heel erg dat het niet doorliep. Als een cliënt ons nu niet kan bereiken, dan doet dat er wel toe. Ook al ben je op afstand, je bent er voor iemand.’ 

‘Soms zitten cliënten in een vervelende situatie waar je niets aan kunt doen. Hulpverleners zijn er erg op gericht om alles op te lossen en dat is goed bedoeld, maar soms heeft dat geen zin en is het alleen maar confronterend dat iets niet beter wordt. Ze geven regelmatig aan dat ze het al fijn vinden dat we er dan zijn. Het is een vervelende situatie, maar dat mag er zijn. Dat kan wel frustrerend zijn, want het liefst help ik iedereen.’ 

Hoe ga je met die frustratie om? ‘Daar kan ik wel goed mee omgaan. Collega’s vragen soms na een gesprek over iets heftigs of ik er last van had, maar ik neem dat niet mee naar huis. Ik heb een heel stabiele jeugd gehad. Ik heb geen trauma’s en situaties meegemaakt die cliënten die ik spreek wel hebben meegemaakt en ik denk dat dat ook scheelt. Ik kan iets heel erg vinden voor iemand en erg meeleven, maar ik blijf er rustig onder. Het is van diegene. Het scheelt ook dat we het er als collega’s over kunnen hebben.’

DigiContact heeft zich de afgelopen sterk ontwikkeld. Wat zijn kansen die jij nog ziet, waardoor de dienst nog beter kan worden? ‘We gebruiken camera’s die ervoor zorgen dat je iemand echt aankijkt tijdens het beeldbellen. Soms belt een cliënt alleen onverwachts, waardoor je de informatie over diegene er nog bij moet zoeken. De cliënt ziet dan dat je hem of haar niet aankijkt, maar in het andere scherm kijkt. Het zou fijn zijn als we belangrijke informatie direct op het scherm voor ons te zien krijgt. Dan kan je het gesprek veel beter beginnen en de mensen aan blijven kijken.’

Ik houd gewoon erg van lachen en plezier maken

Wat doe je buiten het werk om graag in je vrije tijd? ‘De afgelopen twee jaar heb ik eigenlijk weinig vrije tijd gehad. Als ik niet werk, was ik met de kinderen of was ik bezig voor mijn opleiding. Ook heb ik sinds een half jaar een vriend. Dat is heel leuk, maar het is wel passen en meten. Wel houd ik erg van uit eten gaan en met de kinderen ga ik graag naar een zwemplas in de buurt.

Concerten, festivals, het theater of met vrienden een terrasje pakken, vind ik ook heel leuk. Ik houd gewoon erg van lachen en plezier maken. Daarnaast ben ik drie jaar geleden met mijn zusje naar New York geweest. Dat was zo gaaf en is iets waar ik weer voor spaar. Voor mijn vijftigste wil ik graag met mijn kinderen naar New York en met mijn zusje ga ik er binnen nu en 4 jaar nog een keer heen. 25 euro per maand sparen en binnen een jaar of 5 heb je de reis bij elkaar gespaard.’

Vanaf een afstand kan ik hen geven wat ik vroeger ook nodig had

Ellen werkt al bijna 15 jaar in de zorg. Meer dan 10 jaar werkte ze op groepen waar veel agressie plaatsvond. Op den duur merkte ze dat ze dit werk niet langer kon doen. Het liefst bleef ze hetzelfde werk doen, maar dan minder onveilig. Dat vond ze in het werk bij DigiContact. Met Ellen spreken we over haar werk, motivatie en hobby’s. 

Wil je jezelf voorstellen? ‘Ik heet Ellen, ben 35 jaar en ik woon in Amersfoort. Ik ben fulltime hondenmoeder van mijn hond Nacho. Twee jaar geleden heb hem uit Spanje geadopteerd, waar hij geen fijn leven had. Hij is dan ook getraumatiseerd en dat is soms veel werk. Het gaat gelukkig veel beter: hij speelt, is speels en kwispelt zelfs, wat hij eerder niet deed.’

In plaats van focussen op diagnoses en ziektebeelden, vind ik het boeiender om te kijken naar iemands leven en wat iemand heeft meegemaakt.

‘Naast mijn werk bij DigiContact studeer ik Geestelijke Verzorging aan de Radboud Universiteit. De studie is gericht op zingeving en betekenis geven aan nare dingen die gebeuren in het leven. In plaats van focussen op diagnoses en ziektebeelden, vind ik het boeiender om te kijken naar iemands leven en wat iemand heeft meegemaakt. Ik wil iemand echt zien als mens in plaats van vanuit een ziektebeeld. Dat is de reden dat ik dit ben gaan studeren. Ook vind ik het boeiend om te kijken naar zingeving. Wat geeft zin voor iemand en wat is nou echt belangrijk?’

‘Ik heb net mijn scriptie afgerond met een voldoende, waar ik erg blij mee ben. Ik heb er lang over gedaan, omdat ik het combineerde met mijn werk bij DigiContact. Mijn scriptie ging over suïcidale jongeren en hun lijden. Opvallend was dat veel van deze jongeren vroeger nare dingen hebben meegemaakt, waardoor ze nooit konden dromen over de toekomst, een zingevingskader konden opbouwen en konden nadenken over wie ze werkelijk zijn. Dat vond ik heel boeiend.’ 

Ik kijk naar het menselijke van gedrag, naar menselijke behoeftes die we allemaal hebben, maar die sommigen moeilijk kunnen uiten.

Hoe ben je bij DigiContact terechtgekomen? ‘Ik werk sinds mijn 21e in de zorg, voornamelijk met jongeren met een lichte verstandelijke beperking en/of een psychische problematiek. Op de groepen waar ik werkte was veel agressie. Ik zoek graag uitdagingen en vind het leuk om uit te zoeken wat er onder iemands gedrag zit. Daarbij kijk ik naar het menselijke van het gedrag, naar menselijke behoeftes die we allemaal hebben, maar die sommigen moeilijk kunnen uiten.’

‘Ik heb dus altijd op hele heftige groepen gewerkt. Na meer dan 10 jaar daarin gewerkt te hebben en veel meegemaakt te hebben, merkte ik dat ik het nodig had om iets anders te gaan doen. Het werk doet veel met je. Het liefst wilde ik hetzelfde werk doen, maar dan minder onveilig. Ik werk nu 1,5 jaar bij DigiContact en sta niet meer in de heftige situatie. Ik ben er vanaf een afstand bij betrokken en dat vind ik fijn. Ik help nog steeds in crisissituaties, maar niet meer fysiek.’

Ik hoefde niet meer heel alert te zijn, wat ik blijkbaar altijd was.

‘Toen ik hier kwam werken, vond ik het bizar dat ik geen ogen meer in m’n achterhoofd hoefde te hebben en dat ik me gewoon veilig voelde. Ik hoefde niet meer heel alert te zijn, wat ik blijkbaar altijd was. Nog steeds ondersteun ik mensen, ook in moeilijke situaties, maar vanuit fysieke rust.’ 

‘Een andere reden om bij DigiContact te gaan werken, waren de consultatiediensten. In die diensten bellen begeleiders met vragen of om hun ei kwijt te kunnen. Ik sta aan de andere kant, maar begeleiders weten dat ik weet hoe ze zich voelen op het moment dat ze in een crisissituatie staan en agressie hebben ervaren. Ze weten ook dat ze de ruimte hebben om daarover te praten. Vanaf een afstand kan ik hen geven wat ik vroeger ook nodig had. Ik werkte toentertijd bij een andere organisatie en wij hadden dit niet. Ik vind het een mooie dienst van DigiContact.’

Kunnen begeleiders in een crisissituatie direct contact met jullie opnemen? ‘Buiten kantoortijden, ‘s avonds en in het weekend, kunnen begeleiders van aangesloten organisaties bellen als er iets. Het kan iets praktisch zijn, maar ze vragen ook veel advies over wat ze in bepaalde situaties moeten doen. Dat kan een crisissituatie zijn of bijvoorbeeld wanneer een cliënt suïcidaal is. Soms moeten wij dan een dienstdoende manager of een gedragswetenschapper bellen. Het is maar net wat de vraag van de begeleider is. Als ik dat als begeleider had gehad, zou dat veel gescheeld hebben. Ik denk dat het heel fijn is dat je ook achteraf met iemand kunt praten, je ei kwijt kunt over hoe heftig een situatie was.’

Ik vind het mooi dat iemand die overstuur is na 10 minuten bellen weer verder kan met zijn dag, gewoon door even contact te hebben.

Wat zijn nog meer voordelen van de hulp die DigiContact biedt? ‘Ik vind het goed dat het erg breed is en we verschillende doelgroepen spreken. Ook vind ik het mooi dat iemand die overstuur is na 10 minuten bellen weer verder kan met zijn dag, gewoon door even contact te hebben. Dat vond ik aan het begin erg apart. Ik dacht: ik heb toch niet zoveel gedaan? In een korte tijd kan iemand al verder helpen. Je kunt het misschien niet oplossen, maar iemand kan weer door met zijn dag.’

Heb je daar een voorbeeld van? ‘Zulke gesprekken heb ik elke dag. Cliënten hebben vaste afspraken over praktische zaken, maar kunnen ook ongepland bellen. Ze moeten dan hun verhaal kwijt of hebben net iets meer nodig, omdat ze even niet verder kunnen. Als hulpverlener ben je dan geneigd om afleiding als optie aan te bieden. Wat ik vanuit mijn achtergrond in de geestelijke verzorging probeer, is om erbij stil te staan en het te erkennen: “Het is heel vervelend en niet makkelijk.” Dat kan al veel brengen. Doe je dit niet, dan kan je er te makkelijk overheen gaan. Je vraagt bijvoorbeeld of iemand al heeft gewandeld of iets anders heeft gedaan wat afleidt. Cliënten reageren wel eens: “Ja, dat werkt hooguit een half uur, maar dan kom ik thuis en zit ik er weer in.” Dat is ook zo. Afleiding is niet de oplossing voor een probleem. Ik noem het een 10%-oplossing.’ 

‘Ook kan het voor mensen veel schelen als je het erkent en bespreekt dat je het nu even niet kan oplossen. Ik wil ze ook geen worst voorhouden. Wel lees ik rapportages terug en zie ik wat die persoon wel doet, stapje voor stapje. Zo sprak ik vorige week iemand die er doorheen zat. Ik zei: “Je zit nu wel op de bank en hebt je gewassen, je aangekleed en gegeten. Volgens mij is dat oké en goed voor nu. Het is al heel wat en je bent al ver gekomen.”’

Het is niet zo dat het leven altijd succesvol en fijn is.

Neem je vanuit je studie meer mee in je werk bij DigiContact? ‘Ik probeer wel eens tools van de geestelijke verzorging in te brengen, bijvoorbeeld als het gaat over het verdragen van nare dingen. Ik kijk minder vanuit diagnoses, maar vanuit dingen die cliënten als mens meemaken en die ze beschadigen. Het hoort allemaal bij het leven, want het leven is niet altijd succesvol en fijn.’

Naast heftige en erg nare onderwerpen, bellen cliënten en medewerkers ook met luchtigere vragen. Hoe vind je die afwisseling? ‘De vragen verschillen erg en dat vind ik fijn. Ik ben gespecialiseerd in de GGZ, jeugd en justitie, dus krijg veel vragen van deze doelgroepen binnen. Tussendoor krijg ik ook vragen binnen van andere cliënten, bijvoorbeeld van iemand met een lichte verstandelijke beperking die gewoon zijn leven leidt en blij in het leven staat. Dat zijn hele andere gesprekken en dat probeer ik dan ook luchtig te houden. Ik luister voornamelijk naar waar ze behoefte aan hebben. Zo geven sommige cliënten aan dat het allemaal wel goed gaat. Dan benadruk ik vooral hoe fijn dat is.’ 

‘Ik vind het ook leuk om af en toe een grapje te maken of sarcastisch te zijn. Cliënten die een afspraak hebben, zie je regelmatig terug. Daardoor kun je terugpakken op een situatie uit een vorig gesprek, maar kun je ook inschatten bij wie je een grapje kunt maken. Sommige cliënten hebben veel zelfspot. Het is fijn om zulke luchtige gesprekjes tussendoor te hebben. Als je alleen maar zware gesprekken hebt, houd je dat ook niet vol.’

‘Het heeft iets weg van ambulant werk: je komt bij mensen thuis, maar dan via beeld. De gesprekken met DigiContact zijn soms wel persoonlijker dan die ze met hun begeleiders voeren. Het verschilt per cliënt, maar sommigen bespreken situaties liever niet met hun begeleiders, omdat die meer praktische hulp bieden. Ze komen een keer per week en ondersteunen bij andere praktische zaken, zoals de post. Bij DigiContact kunnen ze hun verhaal doen over diepgaandere dingen, zonder dat ze er direct wat mee moeten. We rapporteren dat natuurlijk wel, dus begeleiders kunnen het lezen.’

Ik weet dat de cliënten worden opgevangen. Daardoor kan ik het makkelijker loslaten.

Als je een moeilijk gesprek hebt gehad, neem je dat dan wel eens mee naar huis? ‘Ik heb door de jaren heen geleerd om dat niet meer mee naar huis te nemen. In mijn werk op de groepen voelde ik me altijd over-verantwoordelijk. Er was veel verloop, waardoor ik weleens bijna geen collega’s meer had. Toen was ik thuis wel veel bezig met of alles wel goed liep. Bij DigiContact vind ik het makkelijker, omdat ik weet dat er begeleiders bij cliënten betrokken zijn. Ik zet mijn rapportage in het systeem en ga ervanuit dat begeleiders op de hoogte zijn van de situatie. Twijfel ik daarover, dan stuur ik begeleiders soms een mail dat het goed is om de rapportage te lezen. Ik weet dat de cliënten worden opgevangen. Daardoor kan ik het makkelijker loslaten.’

‘Ook heb ik de afgelopen jaren een persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. Ik ben me bewust van dat werk mijn werk blijft en dat ik het niet allemaal kan oplossen. Er is ook een cliënt die al lang zorg heeft en daardoor vaak heeft meegemaakt dat begeleiders in een burn-out raken en weggaan. Hij wil niet dat ik moet stoppen en zegt daarom aan het eind van een gesprek altijd: “Vergeet niet de knop om te zetten.” Zo neem ik het werk niet mee naar huis. Dat is heel lief, maar ook heel sneu. Het helpt mij om te realiseren dat je het niet redt als je alles mee naar huis neemt. Ik heb ook mijn eigen leven en geen hulpverlener is vrij van issues.’

Ik ben erg geïnteresseerd in mijn eigen religie, maar ook in andere religies: alles wat mij verder kan brengen.

Als je vrij bent, wat vind je dan leuk om te doen? ‘Ik sport veel. Ik houd van krachttraining en yoga. Dat zijn echt wel tegenpolen: met krachttraining ben ik aan knallen en mijn spieren moe aan het maken en bij yoga ga je terug naar je lichaam en je gevoel. Ik ben gelovig en spiritualiteit is belangrijk voor me. Yogadocenten bereiden soms een tekst voor die ze voorlezen, zodat je dat kunt meenemen in je yogales. Dat vind ik heel interessant en fijn. Ik ben erg geïnteresseerd in mijn eigen religie, maar ook in andere religies: alles wat mij verder kan brengen. Daarnaast ben ik creatief en vind ik het leuk om te schilderen en te tekenen. Schrijven vind ik ook leuk om te doen, maar dan meer voor mezelf.’

Tot slot nog even terug naar DigiContact. De afgelopen jaren hebben jullie een hele ontwikkeling doorgemaakt. Hoe zou DigiContact zich nog verder kunnen ontwikkelen? ‘Ik denk dat het goed is om nog meer te specialiseren in de doelgroepen. DigiContact moet eigenlijk bij alle cliënten passen, maar er zijn ook cliënten die problemen hebben met vertrouwen. Vooral voor mensen met psychische problematieken is dat erg moeilijk. We kijken in de intakes al naar wat de cliënten nodig hebben, maar door specialisaties kunnen we nog meer zorg op maat leveren. Ik zie dat als een mooie kans.’

Voor mij hoeft het niet groots te zijn, het zit juist in kleine dingen

Agnes heeft een jarenlange werkervaring, zowel in de gehandicaptenzorg als in de GGZ. Ze werkte als begeleider in woongroepen en ambulant. Na 20 jaar was ze toe aan een nieuwe uitdaging. Ze kende DigiContact en zag dat het werkte bij haar cliënten en ze besloot de overstap te maken. Inmiddels werkt ze zo’n anderhalf jaar met plezier bij DigiContact. We spraken haar over haar ervaringen en ideeën.

Bij DigiContact heb je veel verschillende mensen aan de telefoon, waardoor je constant moet checken of iemand je begrijpt

Je hebt ervaring met werken met mensen met een beperking én met mensen vanuit de GGZ. Helpt dat in je werk bij DigiContact? ‘Dat vind ik wel. Toen ik vanuit de gehandicaptenzorg in de GGZ ging werken, vond ik het lastig om te schakelen, bijvoorbeeld in het taalgebruik. Bij DigiContact heb je veel verschillende mensen aan de telefoon, waardoor je constant moet checken of iemand je begrijpt en hoe je iemand moet aanspreken. Ik merk nu dat dat in mijn gesprekken sneller gaat.’ 

Mensen krijgen steeds vaker dezelfde collega’s aan de lijn

Heb je elke keer iemand anders aan de telefoon of herken je ook mensen? ‘We werken met expertiseteams. Dat houdt in dat bijvoorbeeld mensen vanuit de GGZ ook terechtkomen bij collega’s die ervaring of affiniteit hebben met de GGZ. Hierdoor krijgen mensen vaker dezelfde collega’s aan de lijn. Je leert deze mensen beter kennen en komt zo makkelijker in gesprek. In het begin moet ik soms echt nadenken over hoe ik het gesprek met iemand aanga. Naarmate ik ze steeds vaker spreek, gaat dat makkelijker. Ook heb je daardoor niet enkel heftige gesprekken, maar gaat het ook weleens over alledaagse dingen.’

Je hoeft niet te wachten tot een begeleider komt. Je kunt meteen je vraag stellen

Wat vind je nog meer voordelen van DigiContact? ‘Bij mijn vorige werkgever zag ik al dat DigiContact werkte bij cliënten. Zij werden minder afhankelijk van hun ambulant begeleider. We zijn 24 uur per dag bereikbaar, waardoor ze zelf kunnen bepalen wanneer ze om hulp vragen. Ze hoeven niet te wachten tot een begeleider komt en daardoor hun vraag ook niet uit te stellen. Als ambulant begeleider merkte ik dat dat anders was, waardoor mensen soms erg gestrest werden. Dat vang je nu op door er altijd te zijn, waardoor gedrag minder snel escaleert. Je geeft daarmee mensen ook een deel van hun regie terug. In gesprekken probeer ik hen zoveel mogelijk te laten nadenken over hoe zij iets zelf gaan oplossen of aanpakken.’

Als hulpverlener wil je graag helpen, maar soms is luisteren al voldoende

Is dat hoe jij voldoening uit je werk haalt? ‘Ja, als iemand – nadat ik hem of haar in hoge spanning of emoties aan de telefoon kreeg – weer rustig of zelfs lachend verder kan, dan heb ik mijn doel bereikt. Soms kan dat ook niet. Als hulpverlener wil je graag helpen, maar soms is luisteren al voldoende.’ 

‘Ik werk nu anderhalf jaar bij DigiContact en ervaar het al vanaf het begin als een warm bad van collega’s. Ik voel me hier erg welkom. In het begin kwam ik stuiterend thuis en dacht ik: nou, dat is misschien wat overdreven. Ik was gewoon enthousiast door alle collega’s. Dat is bij andere werkplekken niet altijd zo geweest en voelt daarom erg prettig.’

Voor mij hoeft het niet groots te zijn, het zit juist in de kleine dingen

Heb je een voorbeeld van een situatie waarin jij het verschil hebt kunnen maken? ‘Laatst belde iemand dat ze buiten was en bang was dat ze een paniekaanval kreeg. Ze vroeg of ik met haar ‘mee wilde lopen’. Ik had haar maar vijf minuten aan de lijn, maar het hielp haar enorm. Daarnaast zijn er mensen die dagelijks bellen op momenten dat zij zich onrustig voelen. Als zij na een gesprek weer door kunnen met hun dag, dan maak je wel het verschil. Voor mij hoeft het niet groots, het zit juist in de kleine dingen. Soms geeft een cliënt of begeleider aan dat ze, nu ze DigiContact hebben, merken dat ze vooruitgang boeken en doelen behalen. Daar word ik blij van.’

Maak je ook wel eens iets mee wat je meeneemt naar huis? ‘Ik heb wel eens een situatie gehad, waarbij niet duidelijk op papier stond wat er moest gebeuren. Dat was niet onze verantwoordelijkheid, maar ik ging toch naar huis met de gedachte: ik weet niet of dit goed gaat. Dat voelde niet fijn, terwijl de casus minder heftig was dan andere casussen. Het ligt dus meer aan of alles goed beschreven staat en of ik de juiste handelingen heb uitgevoerd, dan aan de casus zelf. Er is wel eens een cliënt die terminaal is of heftige dingen vertelt. Dat komt wel binnen, maar ik neem het niet mee naar huis.’

Als mijn hoofd heel vol zit, wandel ik ’s avonds een rondje 

Hoe maak jij na een werkdag jouw hoofd weer leeg? ‘Ik heb het voordeel dat ik een uur naar huis moet rijden. Als ik thuis ben, dan is het klaar. Werk ik thuis, dan mis ik dat. Als mijn hoofd dan heel vol zit, wandel ik ’s avonds nog een rondje. Heerlijk in de frisse lucht. Al is het maar 10 minuten, dan heb ik in ieder geval het gevoel dat ik er even uit ben geweest. Heb ik een late dienst, dan kijk ik graag televisie. Ik kijk iedere avond VI. Dat vind ik heel leuk, die flauwe humor.’

Wat zijn verder hobby’s van je? ‘Ik houd van lezen en van naar het theater en concerten gaan. De bioscoop vind ik ook leuk. Het maakt niet uit welk genre het is, als de film maar te begrijpen valt. Ik hou niet van die ingewikkelde films.’

We zijn de laatste jaren enorm gegroeid

Weer terug naar DigiContact. Hoe kan DigiContact zich volgens jou nog verder ontwikkelen? ‘Ik werk sinds september ook als projectmedewerker, waardoor ik achter de schermen veel bezig ben om zaken goed te regelen. Zo houd ik me bezig met de aansluiting van nieuwe organisaties, zodat dat goed verloopt. Dat het team op de hoogte is en dat iedereen weet hoe alles geregeld en geregistreerd kan worden.’

We zijn een dynamisch en innovatief team. Iedereen is erg actief en denkt mee over de beste aanpak

‘We zijn enorm gegroeid. Voor de toekomst denk ik dat DigiContact blijft groeien, waardoor het de uitdaging is om de kwaliteit hoog te houden en voldoende personeel te krijgen. Ik denk ook dat het nodig is om ons werk eenvoudiger in te richten. Nu moeten we bijvoorbeeld steeds in verschillende dossiers inloggen en het zou fijner zijn als een systeem de juiste dossiers direct koppelt aan de cliënt die belt. Achter de schermen zijn we hier ook mee bezig. We zijn een dynamisch en innovatief team. Iedereen is erg actief en denkt mee over de beste aanpak. Dat maakt het voor mij extra leuk om bij DigiContact te werken.’

Ik draai het liefst nachtdiensten, dan kun je echt de tijd nemen

Werken bij DigiContact: betrokken, maar toch op afstand

Mariëlle heeft al 26 jaar werkervaring in de zorg. De eerste jaren stond ze op groepen en werkte ze ambulant met mensen met een verstandelijke beperking. Toen 7 jaar geleden DigiContact op haar pad kwam, sprak haar dat erg aan en nog steeds bevalt het werk haar goed. We spraken met Mariëlle over haar ervaringen en hoe ze buiten het werk om weet te ontspannen. 

DigiContact past in alle opzichten goed bij mij

Wat bevalt je zo goed aan DigiContact? “Na 20 jaar op de groep te hebben gestaan, zag ik het niet zitten om tot mijn pensioen fysiek mensen te verzorgen. Ik heb zelf ook een lichamelijke beperking, ik loop wat moeilijker. Als ik nog langer op de groep moest blijven werken, had ik dat niet volgehouden. Het is daarom goed dat het werk bij DigiContact niet fysiek is. Daarnaast ben ik erg een gevoelsmens en heel betrokken. Bij DigiContact heb je wel het contact, maar heb je dat letterlijk op afstand. Voor mij is dat een goede manier om de betrokkenheid te houden en daar niet te ver in te gaan. Wat dat betreft past DigiContact, in alle opzichten, goed bij mij.”

Het contact met cliënten is hetzelfde, wat ik tijdens mijn vorige werk ook leuk vond

Wat is het verschil met de fysieke begeleiding? “Het is grotendeels anders. Toch is het contact met cliënten hetzelfde, wat ik tijdens mijn vorige werk ook leuk vond. Of je nou bij ze op de bank zit of ze in beeld ziet, die betrokkenheid is er wel. Met een aantal cliënten bel ik meerdere keren per dag, dus van hen weet ik veel en met hen leef ik mee. Ik kan niet naar ze toekomen, maar ben wel ‘bij ze’. Ze kunnen ons ook elk moment bellen en dan zijn we er voor hen.”

Heb je ook nachtdiensten? “Ja, ik heb daar een sterke voorkeur voor. Ik word ook wel nachtdier of nachtuil genoemd, want ik kan er goed tegen. Ik ben totaal geen ochtendmens, dus ik vind de vroege diensten lastig. Die heb ik zo min mogelijk, maar het hoort er gewoon bij. Het fijne aan de nachtdiensten vind ik dat je de tijd kunt nemen voor langere gesprekken en dat ze rustiger zijn dan de ochtend- en avonddiensten.” 

De nachtdiensten passen goed in ons leven

Hoe combineer je dat met je thuissituatie? “Ik woon samen met mijn vriend. Als ik een avonddienst heb, ga ik om drie uur naar het werk of, zoals nu, thuis aan het werk. Tussen elf en half twaalf ben ik weer thuis en dan ligt hij al op bed. Je ziet elkaar dan niet en eet niet samen. Bij de nachtdiensten word ik wakker als hij thuiskomt. Dan kunnen we wel samen eten en een fijne avond hebben. Wanneer hij naar bed gaat, ga ik naar mijn werk. Ik heb geen kinderen. Mijn vriend heeft wel twee kinderen, maar die wonen niet meer thuis. De nachtdiensten passen dus goed in ons leven.”

De psychische kant van DigiContact spreekt me erg aan

Mensen ervaren ’s nachts dingen somberder, toch? “Ja, dat klopt. Soms heb je wel drie kwartier iemand aan de telefoon die er doorheen zit of suïcidale uitspraken doet. Ik vind het een uitdaging om ze hieruit te halen en te kijken hoe het verder moet. Die psychische kant van DigiContact spreekt me erg aan. Het zijn vaak wel zware gesprekken, maar erna is er (vooral in de nacht) ook wel tijd, waardoor je er dan met collega’s zo nodig over kan praten. Daarnaast heb je ook andere klussen, want we doen de administratie allemaal zelf. Het is niet meer zoals aan het begin van DigiContact was: rustige nachten, een filmpje kijken en af en toe een belletje. Het zijn drukke diensten, maar ik vind de mix nog steeds erg fijn.”

Ik mediteer, volg workshops en doe ontspannende dingen

Je gaf net aan dat je een gevoelsmens bent. Het werk vraagt mentaal ook veel van je. Wat doe je in je vrije tijd? “Ik lees veel en houd me bezig met persoonlijke ontwikkeling en spiritualiteit. Ik mediteer, volg workshops en doe ontspannende dingen, zoals een tijdschrift lezen of een serie kijken. Daarbij kun je even in een andere wereld stappen en daar kan ik me goed bij ontspannen. Daarnaast train ik veel met mijn fitnessapparaten op zolder. Zoals ik net zei loop ik wat moeilijker, waardoor ik fanatiek train om het bij te houden.”

Het is totaal anders en drukker dan voorheen

DigiContact is anders dan 7 jaar geleden, gaf je aan. Wat valt jou op in de ontwikkeling van DigiContact in de afgelopen jaren? “We zijn in elk opzicht groter geworden. In het eerste jaar bestonden we uit een team van 15 collega’s en dat zijn er nu zo’n 45. We begonnen met de ondersteuning van cliënten van Philadelphia die ambulante begeleiding hadden. Daar zijn woongroepen en talloze organisaties bijgekomen. Ook komt er veel administratie bij kijken en dat vind ik af en toe een worsteling vanwege alle verschillende systemen. In die zin is het totaal anders en drukker dan in het begin. Af en toe vraag ik me af hoe we het kunnen bolwerken, maar al doende leert men. Ik ben er daardoor wel rustiger en handiger in geworden.”

Als ik het leuk en fijn blijf vinden en er voldoening uit blijf halen, dan blijf ik dit tot mijn pensioen doen

Als je 7 jaar vooruitkijkt. Heb je dan dromen? “Ik ben niet erg ambitieus. Als ik het hier draaiende weet te houden en het volhoud, dan is dat goed. Af en toe word ik wel teruggefloten als ik te veel doe. Ik vind het gewoon fijn. Ik hoop dat ik het volhoud, want het is wel een aanslag op je lijf om steeds te schakelen tussen de diensten. Waar het in eerste instantie om draait, zijn de gesprekken met de cliënten. Als ik dat leuk en fijn blijf vinden en ik daar voldoening uit blijf halen, dan vind ik het goed. Dan blijf ik dat tot mijn pensioen doen.”

De kans dat een cliënt vaker dezelfde persoon aan de lijn krijgt, is kleiner geworden

Als je DigiContact een advies zou kunnen geven, waarin zou het zich dan nog in kunnen ontwikkelen? “In het waarborgen van de kwaliteit. We zijn zo groot geworden en hebben zoveel cliënten. In het begin kende je de cliënten beter. Nu lijkt het soms een rijdende trein en gaat het wel eens te hard. Je moet het wel kunnen bijhouden.”

“De kans dat een cliënt vaker dezelfde persoon aan de lijn krijgt, is ook kleiner geworden. Eerder kenden ze ons allemaal. Cliënten die we al 7 jaar begeleiden, zeggen dan ook wel eens: ‘Wat fijn dat ik jou weer spreek!’ Dat is allemaal veranderd en wennen. We kunnen daar ook niet meer aan beginnen. Het is niet meer haalbaar en misschien hoeft dat ook niet.”

Als iemand belt, heb je dan alle gegevens bij de hand? “Ja, we kunnen alles opzoeken als iemand belt. Met mijn 26 jaar ervaring in de zorg weet ik, als ik de cliënt niet ken en niet zo snel in het systeem kan opzoeken, dat ik op de cliënt kan afstemmen. Ik heb daar vertrouwen in en zoek ondertussen de informatie op.”

Later hoor ik wel eens terug dat een cliënt erg blij is dat hij of zij mij heeft gesproken. Dan denk ik: ‘Daar doe ik het voor!’

Heb je een voorbeeld van iets bijzonders wat je hebt meegemaakt in je werk bij DigiContact? “Soms gebeurt er iets waardoor iemand het niet meer ziet zitten en erg angstig is. Ik heb dan een gesprek met hem of haar en breng de begeleiding daarvan op de hoogte. Later lees ik dan wel eens terug in de rapportage, of hoor ik van mijn collega, dat de cliënt erg blij is dat hij of zij mij heeft gesproken, waardoor hij of zij de nacht doorkwam. Dan denk ik: ‘Daar doe ik het voor!’”

Af en toe mis ik de kracht om door te gaan.

DigiContact was op bezoek bij Sonja. Sonja is in zorg bij Amsta via de GGZ. Regelmatig komt de ambulant begeleider Karin bij haar langs om te kijken hoe het gaat. Daarnaast maakt Sonja gebruik van DigiContact. Toen ze na haar tweede opname weer naar huis ging, werd deze gecombineerde begeleiding opgestart.

Karin: ‘Sonja mocht naar huis, op voorwaarde dat ze hulp van ons zou accepteren. DigiContact kwam er op dat moment in en dat was denk ik ook wel nodig, want wij werken niet in de avonden en in de weekenden. Dat was eigenlijk een heel mooi argument om DigiContact te introduceren, want zij waren er wel 24 uur per dag, zeven dagen van de week.’

‘Ik werk niet in de avonden en weekenden. DigiContact is er 24 uur per dag.’

Sonja: ‘Ik woon hier nu zelfstandig en ik doe eigenlijk alles alleen. Er komt één keer per week iemand langs om mij te ondersteunen. Daarnaast heb ik DigiContact. Sowieso word ik elk weekend gebeld door DigiContact om te vragen hoe het met me gaat, hoe mijn week is geweest en wat ik ga doen. En ik kan zelf ook altijd bellen. Toen ik na mijn eerste opname thuiskwam werd het mij echt aangeraden. Ik heb nog last van paniek en dat soort dingen en dan is het gewoon heel fijn als je iemand kan bellen.

‘Er is altijd een luisterend oor en tijd voor een grapje.’


Karin: ‘Alles was zo slecht in de situatie van Sonja. We deden wat we konden doen en het was echt op dat moment dat we dachten: “Oh, dat is ook wel een goede, DigiContact erbij”. Dat bleek eigenlijk een gouden greep te zijn. Je kan ze bellen wanneer je wilt. Er is altijd een luisterend oor en er is tijd voor een grapje. Het zullen niet je vrienden worden, maar ze vervullen op deze manier wel een hele belangrijke plek in levens.’

‘Af en toe denk ik: Zal ik inbellen? Nee, ik los het zelf wel op. Maar als ik dan toch bel is het fijn dat ik even iemand heb om mee te praten.’

Karin: ‘Ik denk dat het goed is dat als Sonja twijfelt en weet dat ze eigenlijk meteen iemand nodig heeft en ik ben niet te bereiken, dat ze dan gewoon DigiContact kan bellen. Dat moet ze gewoon doen, daar zijn ze voor.’

Sonja: ‘Er is altijd iemand, ook als je ’s nachts niet kan slapen of bij jezelf voelt: ik krijg paniek of ik voel me niet goed of ik ben van plan om toch weer alle pillen in te nemen. Ik ben nu zo ver dat ik toch op die knop kan drukken en dan kan DigiContact met je praten en kan zorgen dat je die stap niet zet. Af en toe mis ik gewoon de kracht om door te gaan. Ik doe echt alles om dat wel vast te houden. Dan ben ik blij dat ik even iemand aan de lijn heb.

DigiContact biedt mij ontspanning

Sinds een jaar belt Frans regelmatig met DigiContact. Hij woont zelfstandig en krijgt ambulante begeleiding. Wij waren benieuwd naar zijn ervaringen en bespraken wat voor hem het verschil is met de tijd dat hij nog geen hulp had van DigiContact. 

Kan je jezelf even voorstellen? “Ja, mijn naam is Frans en ik ben 51 jaar. Ik woon sinds 2004 in Capelle aan den IJssel, waar we op dit moment zijn. Hiervoor woonde ik in Ede. Daar liep mijn baan ten einde, waardoor ik op een gegeven moment werkloos raakte. Vier maanden later kreeg ik werk bij Centric in Gouda. Toen ben ik naar Capelle aan den IJssel verhuisd.”

Bevalt het je hier? “Het bevalt me hier uitstekend. Ik ben geboren in Oud-Beijerland, net onder Rotterdam, waar Capelle aan den IJssel natuurlijk tegenaan ligt. Daar heb ik twintig jaar gewoond op de boerderij van mijn vader. Ik kwam regelmatig in Rotterdam, bijvoorbeeld om er te winkelen. Later ben ik voor mijn studie in Delft gaan wonen. Als ik heen en weer reisde vanaf Oud-Beijerland naar Delft, kwam ik altijd door Rotterdam heen. In ’97 ben ik naar Ede verhuisd. Op het moment dat ik in 2004 in Capelle aan de IJssel ging wonen, voelde het als thuiskomen.”

DigiContact helpt mij om alles op een rijtje te zetten.

Je woont hier zelfstandig met ondersteuning. Hoe gaat dat in zijn werk? “Ik heb eigenlijk altijd zelfstandig gewoond. Vroeger heb ik wel wat hulp van mijn ouders gehad. Ze kwamen dan één keer per maand langs, eigenlijk tegen mijn zin in. Toen ik in Ede woonde, kwamen ze daar zelfs regelmatig heen om maar heel even te helpen. Buiten dat heb ik altijd zelfstandig geleefd.”

“Ik kan veel zelf, aan mijn intelligentie ligt het niet. Door mijn hersenletsel en autisme ervaar ik alleen veel praktische problemen. DigiContact helpt mij daarom af en toe om alles op een rijtje te zetten. Ik kan met ze sparren en bespreek bijvoorbeeld hoe ik iets heb gedaan en of ik dat anders had kunnen aanpakken. Ook moet ik er vaak stoom afblazen.”

Hoe ging het voordat je hulp van DigiContact kreeg? “Eerder deed ik alles gewoon zelf en sinds 2012 ik krijg begeleiding thuis. Als ik ergens mee zat, spaarde ik dat op en besprak ik het één keer per week met de begeleider. Vanwege mijn geheugenstoornis schrijf ik veel op in mijn agenda. Zo probeerde ik mezelf staande te houden en als ik één keer in de zoveel tijd iemand had om mee te praten, dan ging dat net goed. Dat gaat over de tijd vóór 2015, want er is een aantal breekpunten geweest. In 2011 ben ik uit het arbeidsproces gevallen en in 2015 pleegde mijn vader zelfmoord. Dat was een klap. Vervolgens kreeg ik begin 2019 twee hersenbloedingen, waardoor ik hard achteruitging.”

Ik heb steeds vaker contact met dezelfde mensen van DigiContact, waardoor ik ze beter leer kennen.

Hoe kwam je toen in contact met DigiContact? “Ik kreeg thuiszorg door Boba. Dat is een organisatie voor mensen met autisme. Op een gegeven moment ging het teveel achteruit, waardoor er een Wlz-aanvraag is gedaan met begeleid wonen als uiteindelijke doel. Ik ben toen bij Middin terechtgekomen. Zij kwamen met het voorstel van DigiContact, zodat ik daar terechtkan als ik een uitlaatklep nodig heb. Dat is vorig jaar rond deze tijd gestart met vijf contactmomenten per week. Later werd dat iedere dag één keer en soms zelfs twee keer per dag. In het begin was het voor mij heel erg nieuw, maar ik had steeds vaker contact met dezelfde mensen. Daardoor leerde ik ze beter kennen. Er is een aantal mensen met wie ik heel goed contact heb en dat is erg leuk.”

Wat waren jouw verwachtingen van de hulp van DigiContact? “Ik had geen verwachtingen en ook geen flauw idee wat ik kon verwachten. In het verleden ben ik zo vaak teleurgesteld geraakt door verwachtingen die ik had. Ook hadden mensen die mij hulp boden, bepaalde verwachtingen van mij die niet uitkwamen. Daardoor probeer ik geen verwachtingen meer te hebben en gewoon te zien hoe iets loopt. Wat dat betreft leef ik nu echt bij de dag.”

Dankzij DigiContact kan ik weer even met mensen praten en dat is voor mij heel waardevol.

Wat vind je de positieve dingen van DigiContact? “Dat ik er mijn verhaal kwijt kan. Ik kan echt alles met ze bespreken. Dat is fijn, maar maakt het vaak ook erg leuk. Sinds ik uit het arbeidsproces ben gevallen, ben ik veel alleen. Ik heb veel sociale contacten verloren. Dankzij DigiContact kan ik weer even met mensen praten en dat is voor mij heel waardevol.”

Wat bespreek je dan zoal met? “Ik bespreek wat ik diezelfde dag heb meegemaakt en mijn planning. Wat staat er nog te gebeuren en hoe voel ik mij daaronder? Ik slaap regelmatig erg slecht, vanwege alle de drukte die ik in mijn leven ervaar. Soms bel ik daarom ’s ochtends met DigiContact om dat met ze te bespreken. Daar komt het grotendeels op neer.”

Geven ze je daarin hulp of is het voor jou meer een sociaal contact? “Het is vooral sociaal communiceren. Ze luisteren naar me en dat helpt heel erg. Ik ben erg perfectionistisch, dus het is nooit goed genoeg voor mij. Bij DigiContact weten ze die druk bij mij te verlagen. Ik wil nog veel dingen en probeer dat dan zelf te doen, terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet kan. Dat botst met elkaar en daar krijg ik depressieve gevoelens van. Erover praten en de manier waarop ze reageren, stellen mij gerust en helpen mij erg. Daarnaast is het ook hulp, wan ze bellen me ’s ochtends ook om me eraan te herinneren dat ik mijn medicijnen moet innemen. Dat wil er anders wel eens bij inschieten.”

Door het visuele contact kunnen medewerkers van DigiContact goed zien en horen dat het hoog zit.

Hoe ervaar je het verschil tussen de tijd dat je geen DigiContact had en de tijd nu? “Toen ik alleen maar ambulante begeleiding had, gebeurde het wel eens dat de begeleider net was geweest en ik in mijn agenda nog iets zag staan wat ik was vergeten te vertellen. Ik moest dan wachten tot het volgende moment dat de begeleider weer kwam. Op dit moment kan ik iets wat heeft gespeeld dezelfde dag nog kwijt bij DigiContact. De afgelopen tien jaar heb ik regelmatig het gevoel gehad dat ik niet serieus genomen werd en dat mensen niet doorhadden hoe groot de impact ergens van op mij was. Ik kan DigiContact nu à la minute bellen en door het visuele contact kunnen ze ook zien en horen dat het hoog zit bij mij.”

Naast de vaste, dagelijkse contacten kan je dus ook ongepland inbellen. Maak je daar veel gebruik van? “Ja, dat doe ik met name als het ’s nachts of ’s ochtends vroeg niet goed gaat. Een half jaar geleden werd ik regelmatig rond vier uur ’s nachts wakker. Het ging dan niet helemaal goed. Op die momenten belde ik DigiContact en dat was een waardevolle invulling. Tegenwoordig slaap ik gelukkig beter, maar af en toe heb ik nog paniekaanvallen. Op die momenten bel ik ze ook.” 

Zou je DigiContact aan andere mensen aanbevelen? “Ja, ik kan het natuurlijk niet voor anderen invullen, maar mij geeft het veel ondersteuning. De fysieke en praktische dingen moet ik wel zelf doen, want het is alleen maar beeldcontact. Ik doe dat op mijn telefoon. Het is vaak gewoon heel chaotisch in mijn hoofd en zij helpen mij te focussen en prioriteiten te stellen, zodat ik wel doe wat ik moet doen. Soms twijfel ik over of ik iets wel goed heb gedaan en zij geven mij de bevestiging dat het goed gaat. Tijdens die contactmomenten ga ik de afgelopen dag bij langs, bedenk ik me of ik nog ergens iets mee moet en wat ik morgen moet uitvoeren. Daar helpen zij mij bij. Het is dus heel breed. Ik kan mijn verhaal kwijt en dat leidt af. Een ander voordeel is dat zij vastleggen wat ik vertel. Ik ben het zelf soms een uur later alweer vergeten en kan het dan niet meer terugvinden in de brij in mijn agenda. Zij schrijven het dan op, zodat het in ieder geval is vastgelegd.”

De ambulante begeleider komt twee keer per week langs en DigiContact is er op momenten daaromheen. Dat is een goede vorm van ondersteuning.

Komt er daarnaast nog begeleiding bij jou langs? “Ja, twee keer per week komt er een ambulante begeleider langs. Met hen bespreek ik allerlei onderwerpen die ik op de dag zelf ook met DigiContact bespreek. Mijn probleem is dat ik een fragmentarisch geheugen heb. Daarom schrijf ik de dingen die er op een dag gebeuren op en maak ik er aantekeningen van. Mijn agenda is al tien jaar lang mijn dagboek. Ik heb hier mijn leven van de afgelopen jaren in tien agenda’s op mijn bureau liggen, waarin ik dag voor dag heb beschreven wat er in mijn hoofd speelde. DigiContact en de begeleiding thuis helpen mij om die brij aan informatie te structureren. Die combinatie is voor mij een goede vorm van ondersteuning.”

Is het anders om met iemand van DigiContact te praten ten opzichte van de begeleiding die bij jou thuiskomt? “Het praat anders, maar ik kan met de meeste mensen ontzettend goed overweg. Het zijn leuke mensen met wie ik echt wel een klik heb. ”

Het contact biedt mij ontspanning.

Is er ook iets wat je mist bij DigiContact of wat beter zou kunnen? “Soms komt het voor dat ik ‘s avonds twee stressmomenten heb gehad en dat medewerkers de volgende dag nog niet helemaal hebben nagelezen wat zich die avond heeft gespeeld. Ik begrijp wel dat dat gewoon niet altijd mogelijk is, want ze spreken zoveel mensen op een dag. Op zo’n moment heb ik alleen even niet dat inlevingsvermogen en is dat vervelend. Een tijdje geleden sprak ik ook twee keer achter een persoon die net nieuw was bij DigiContact, waardoor ik weer gedeeltelijk mijn voorgeschiedenis moest vertellen. Dat zijn wel de enige puntjes en op dit moment gaat het gewoon erg goed. Ik heb met een paar bekenden van DigiContact een ontzettend goede klik. Die weten werkelijk alles van mij en dat is hartstikke leuk. Dat contact biedt mij ontspanning.”

DigiContact geeft mij een fijn en vertrouwd gevoel

Sinds een jaar werkt de organisatie Middin samen met DigiContact. Samen geven zij vorm aan onder andere de ambulante begeleiding van cliënten. Wij spraken Petra, ambulant begeleider bij Middin, hierover. We vroegen haar hoe zij de samenwerking ervaart en wat volgens haar de voordelen zijn voor cliënten en begeleiders.

We beginnen bij het begin. Wie ben je en wat voor werk doe je? “Ik ben Petra en ik werk als ambulant begeleider bij Middin. Op dit moment is het zo dat al onze nieuwe cliënten worden aangemeld bij DigiContact. Dit doen we om te kijken hoe cliënten dat volledige pakket ervaren. Ik begeleid een aantal cliënten die daar gebruik van maken, waaronder Frans.”

Hoe loopt dat tot nu toe? “Ik merk dat het heel goed werkt en zorgt voor een compleet plaatje. Ambulante begeleiding bieden we doordeweeks en daaromheen eigenlijk niet. DigiContact is er ook voor de avonden, nachten en weekenden. Zij zijn altijd bereikbaar. Wij zouden het nooit allemaal zo kunnen bieden. Ik merk dat het werken met DigiContact ook goed werkt doordat zij rapporteren in ons systeem. Voordat ik naar een cliënt toe ga, lees ik de rapportages terug. Zo ben ik op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Doordat zij in ons systeem rapporteren, kan ik altijd teruglezen wat er de dagen ervoor gebeurd is. Dat werkt heel prettig.”

Ze zijn altijd bereikbaar. Wij zouden het nooit allemaal zo kunnen bieden

Hoe is de samenwerking met DigiContact tot stand gekomen? “De samenwerking met DigiContact heeft Middin opgestart. Ik denk dat ik er sinds een jaar gebruik van maak voor cliënten. Frans was mijn eerste cliënt die kennismaakte met DigiContact en ik merkte gelijk al dat het heel goed werkte, door het prettige verloop van de samenwerking en de korte lijntjes: ze reageren snel op mailtjes en je kunt ze gelijk bellen voor aanpassingen.”

Wat is het grootste voordeel dat je bij cliënten terugziet? “Het grootste voordeel is dat je weet dat ze altijd bereikbaar zijn. Er is altijd iemand die een cliënt te woord kan staan. Frans heeft bijvoorbeeld soms last van stress en angst. Hij kan dan direct bellen naar DigiContact. Wij zijn niet altijd bereikbaar om die problemen direct op te lossen en DigiContact is dat wel. Voor cliënten is dat heel fijn. Ze zijn er niet alleen voor wanneer de nood hoog is. Ze zorgen ook voor een bepaalde structuur, bijvoorbeeld door met ze af te spreken dat ze elke ochtend op een vast tijdstip bellen met de vraag of iemand zijn medicatie heeft ingenomen. Je kunt het op veel manieren inzetten.”

Het grootste voordeel is dat je weet dat DigiContact altijd bereikbaar is

Hoe is die ondersteuning voor jou als begeleider? “Het geeft mij een fijn en vertrouwd gevoel. Ik vind het soms lastig om het werk los te laten, omdat ik gewoon niet zeker weet of het goed gaat met bepaalde cliënten en of zij zich goed voelen. Ik heb Frans bijvoorbeeld wel eens op een zaterdag gebeld, omdat het na de vrijdag toch niet goed voelde. Dat hoeft nu niet meer, doordat ik weet dat er altijd contact is. Ook hoeft hij nooit meer te veel stress te hebben, doordat hij altijd even kan bellen en er elke dag contact is met DigiContact. Ook qua sociale contacten zijn er veel personen die hem zien en spreken. Dat is, denk ik, heel goed.”

Kan je een voorbeeld noemen waarin je de toegevoegde waarde van DigiContact merkte? “Ja, Frans stapelde normaal gesproken gedurende de week allerlei onderwerpen op die hij wilde bespreken wanneer we bij hem kwamen. Ik merk dat hij nu meer rust heeft, doordat hij altijd zijn verhaal kwijt kan bij DigiContact. Het is niet meer geconcentreerd op het moment met begeleiders. Er zijn nog steeds zaken die wij met hem moeten doen en regelen of waarvan het belangrijk is dat wij die weten, maar de druk is daar gewoon af. Dat is voor begeleiders, denk ik, het grootste voordeel. Daardoor kan je vaak gelijk de dingen bespreken waar echt iets mee gedaan moet worden. Cliënten die ik ambulant begeleid wonen allemaal zelfstandig, waardoor het een mooie aanvulling is. Niet iedereen heeft het per se nodig, zoals cliënten met een groter sociaal netwerk. Ik denk echter wel dat het voor iedereen een toevoeging is.” 

“In het begin was ik bang dat cliënten te veel verschillende gezichten zouden gaan zien en hun verhaal niet bij hen zouden doen, omdat ze hen niet kenden. Aan Frans merk ik nu dat dat niet zo is. Hij ziet ze vaak, kent en herkent hen en kan gewoon verder gaan met een gesprek dat eerder is gevoerd. Dat is goed om te horen.”

Voor cliënten die ambulant begeleid worden, is het een mooie aanvulling 

Wat waren jouw verwachtingen toen je met DigiContact startte? “Ik had de hoop dat we samen een team konden vormen en samen voor de cliënten konden zorgen. Die verwachting is uitgekomen en het is zelfs meer dan dat. Je kan soms te hoge verwachtingen hebben van een samenwerking, waardoor iets tegen kan vallen, maar dat is in dit geval helemaal niet zo.”

Hoeveel contact heb je met medewerkers van DigiContact? “Wanneer het nodig is, heb ik contact met hen. Dat is niet eens heel vaak. Ik heb een tijdje getwijfeld of Frans zijn medicatie altijd wel innam. Dat kon hij zelf ook niet duidelijk aangeven. Ik heb toen contact gezocht met DigiContact en gemaild met de vraag of zij dit konden controleren. Ze reageerden direct en hebben dit vanaf toen elke dag gecontroleerd. Zo merk je dat het heel snel werkt. Met name in de situaties waarin er zulke aanpassingen doorgevoerd moeten worden, heb ik contact met hen. Cliënten zoals Frans hebben wel dagelijks contact.”

Is er iets wat je in de toekomst nog graag anders zou willen zien? “Nee, aan de samenwerking met DigiContact zou ik nu niets aanpassen. Ik vind dat ze het heel goed doen. Met name vind ik het belangrijk dat ze goed bereikbaar zijn, dat ze terugkomen op zaken en dat de dingen gewoon kloppen. Dat is met deze doelgroep heel belangrijk en dat gaat goed.”

Veiligheid voorop bij nachtmonitoring

DigiContact is sinds december 2020 begonnen met nachtmonitoring op woonlocaties. Hierbij is een team met begeleiders gedurende de nacht beschikbaar voor cliënten en begeleiders van deze locaties. Met DigiContact begeleiders Alwin en Ludo spraken wij over hun ervaringen van de eerste maanden. Dit is het verhaal Alwin. 

Laten we bij het begin beginnen. Wie ben je? Mijn naam is Alwin en ik ben 32 jaar. Ik woon in Amersfoort en werk sinds december 2020 bij de nachtmonitoring van DigiContact. Ik werk er dus sinds het begin. 

Hoe ben je daar terecht gekomen? Al sinds 2008 ben ik werkzaam in de zorg. Ik heb altijd als woonbegeleider met verschillende doelgroepen gewerkt en wilde graag iets anders. Ik wilde voornamelijk regelmatiger gaan werken, maar ook een andere manier van zorg aanbieden. Op dat moment kwam de nachtmonitoring van DigiContact om de hoek kijken en dat leek mij een mooie vorm. Ik was gewend om op de werkvloer fysiek zorg te bieden. De zorg van DigiContact is digitaal en op afstand. Dat is dus een hele andere manier. Daarnaast brengt de nachtmonitoring regelmaat met zich mee, wat mij ook erg aansprak.

Het is een vorm van nabijheid die de cliënt zelf kan opzoeken.

Wat voegt DigiContact en nachtmonitoring in jouw ogen toe aan de zorg? In het algemeen voegt DigiContact voor mij veel toe met de zorg die zij op afstand bieden. Het is een vorm van nabijheid die de cliënt zelf kan opzoeken. Dat geldt ook voor de nachtmonitoring. Wij bieden daarmee zorg op afstand zonder dat de cliënt daar ’s nachts wakker van wordt. Een cliënt ervaart gewoon de rust van de nacht, terwijl hij of zij in de gaten gehouden wordt. Dat biedt veiligheid.

Het biedt begeleiders ook veiligheid en bovendien ontlasting. Zij kunnen er namelijk vanuit gaan dat ze gerust kunnen slapen, omdat er iemand meekijkt. Ook weten ze dat, op het moment dat ze wakker gebeld worden, er echt iets aan de hand is. Nadat een cliënt voor de nachtmonitoring is aangemeld, maken we namelijk afspraken over wanneer de slaapdienst wakker gebeld moet worden. Wij krijgen meldingen binnen op ons monitoringssysteem. Dat kunnen verschillende meldingen zijn. Zodra we een melding binnenkrijgen, kijken wij de camerabeelden met geluid terug. Als het volgens de gemaakte afspraken nodig is, dan bellen we de slaapdienst op de locatie wakker. Het is niet altijd nodig. We krijgen namelijk ook meldingen binnen van een cliënt die bijvoorbeeld naar de wc gaat. Bij sommige cliënten hoeft daar niemand bij te zijn, waardoor de slaapdienst dan niet wakker hoeft te worden. Zo ontlast het de begeleiders. 

De slaapdienst kan ’s nachts slapen en wij houden de cliënten in de gaten.

Er zit een verschil tussen de nachtzorg en de normale zorg van DigiContact. Kun je dat uitleggen? Bij DigiContact kunnen cliënten zelf met een vraag inbellen en bij de nachtmonitoring werkt dat andersom. Op het moment dat het nodig is, bellen wij de begeleiders die slaapdienst hebben wakker. De slaapdienst kan ’s nachts slapen en wij houden als nachtmonitoring de cliënten in de gaten. 

De nachtmonitoring zie ik als een toevoeging op de zorg van DigiContact. Naast dat wij er zijn als nachtmonitoring, is DigiContact ook 24 uur per dag bereikbaar. Als een cliënt ‘s nachts wakker wordt en wil inbellen, dan kan dat ook nog steeds. Daarnaast kunnen wij ook gebruikmaken van de expertise van DigiContact. 

Hoe kan dat bijvoorbeeld gaan? Er kan zich een situatie voordoen waarin wij met iemand willen sparren. Dan kunnen we iemand van DigiContact vragen om bijvoorbeeld samen naar beelden te kijken of een geluidsopname te beluisteren. Het is wel eens voorgekomen dat een cliënt haar deur van binnenuit op slot draaide, waardoor de begeleider op locatie niet naar binnen kon. Op dat moment wil je snel overleggen over wat handig is om te doen: spreken we zelf de cliënt aan of zetten we een actie uit? 

We krijgen meldingen van een epileptische aanval, maar ook van mensen die de slaapkamer verlaten.

Wat voor soort meldingen krijgen jullie binnen? Het zijn verschillende meldingen. Het kan bijvoorbeeld een melding zijn van een epileptische aanval, maar ook van iemand die de slaapkamer verlaat, wanneer dat niet de bedoeling is. We krijgen soms ook meldingen binnen van iemand die hulp nodig heeft op het toilet. Het kan dus van alles zijn.  

Wat is een bijzondere, leuke situatie die je met de nachtmonitoring hebt meegemaakt? Wij monitoren een cliënt die ’s nachts nogal beweeglijk kan zijn. Laatst kwam het voor dat ze haar salontafel had verschoven. Ergens is dat grappig, maar tegelijkertijd is het ook een risico voor valgevaar. De salontafel stond namelijk in het looppad. Daarom belde ik gelijk naar de slaapdienst op de locatie. Ik legde de situatie uit en ze kwamen gelijk in actie. Nog geen minuut later zagen we dat de slaapdienst bij de cliënt was. Ze zetten de tafel terug en begeleidden de cliënt weer rustig naar bed. 

Kun je iets vertellen over de systemen waar jullie mee werken? We werken met drie systemen: Hertek, Milestone en ECD Cura. Hertek is een systeem waarop je de meldingen ziet binnenkomen en Milestone is het monitoringssysteem waar je continu het beeld van bijvoorbeeld een slaapkamer of woonkamer op ziet. In ECD Cura rapporteren wij acties die zijn uitgezet.

Een melding komt via Hertek op je scherm binnen. Je ziet om welke locatie, cliënt en kamer het gaat. Je klikt op de melding en krijgt gelijk een camerabeeld met geluid te zien. Op basis daarvan kun je handelen. In het systeem kunnen we ook klikken op de knop ‘Bewoner’. Dan krijgen we de afspraken te zien die met de cliënt, verwanten en begeleiders over deze cliënt zijn gemaakt. Als we een melding binnenkrijgen en daar een actie op uitzetten, dan rapporteren we dat in ECD Cura, zodat dat zichtbaar is voor de begeleiders op de locatie.

Er worden precieze afspraken gemaakt over de tijdvakken waarbinnen we monitoren.

Hoe wordt hierin de privacy van de cliënt gewaarborgd? Voordat een cliënt voor de nachtmonitoring wordt aangemeld, gaan we met de cliënt en zijn of haar verwant in gesprek over de privacy van de cliënt. Er worden afspraken over gemaakt, onder andere over de precieze tijden waarin wij een cliënt monitoren. 

Waarom heb jij gekozen voor ’s nachts werken? Ik heb hiervoor gekozen, omdat ik meer regelmaat in mijn leven wilde. Ik werkte hiervoor onregelmatig, waardoor ik afwisselend vroeg of laat sliep en soms ook ’s nachts moest werken. We werken bij de nachtmonitoring met blokken van vijf of zes dagen achter elkaar waarop je werkt. We werken dus niet twee dagen wel, één dag niet en weer een dag wel. Dat zorgt voor een goede balans. 

Wat doe je als je niet aan het werk bent? Dan ben ik veel te vinden in het bos met mijn hond. Ik ben bij mijn familie of vrienden, met hen lekker een hapje aan het eten of naar de bioscoop.   

Nachtmonitoring kan een toegevoegde waarde zijn voor woonlocaties.

Wat zou je willen zeggen tegen woonlocaties die nachtmonitoring overwegen? Nachtmonitoring kan een toegevoegde waarde zijn voor woonlocaties. Cliënten worden niet verstoord in hun nachtrust en begeleiders die slaapdienst hebben, zijn over het algemeen ook minder vaak wakker. Ik zou zeggen: Probeer het uit!

Heb je interesse en wil je meer informatie? Neem dan contact op met de projectleider van DigiContact via aanvragen@digicontact.nl

Nachtmonitoring draagt bij aan de veiligheid van cliënten

Sinds december 2020 is DigiContact gestart met nachtmonitoring. Een team met begeleiders is gedurende de nacht beschikbaar voor cliënten en begeleiders binnen woonlocaties. Wij gingen in gesprek met DigiContact begeleiders Alwin en Ludo over de ervaringen in de eerste maanden. Dit is het verhaal van Ludo.

Stel je jezelf even voor? Mijn naam is Ludo. Ik ben 27 jaar en ik kom uit de Zaanstreek. Ik werk voor DigiContact en ik ben uitgekozen om dit nieuwe project op te starten.

Kun je iets uitleggen over dit nieuwe project? Het betreft nachtmonitoring voor cliënten die ’s nachts toezicht nodig hebben. Ons systeem registreert beweging en geluiden. Op het moment dat er een melding binnenkomt kijken wij of er hulp nodig is. Gaan mensen gewoon naar het toilet of draaien ze zich om in bed, dan is er geen reden tot zorg. Is er wel iets aan de hand, dan bellen wij de wacht of een andere contactpersoon die snel ter plekke kan zijn. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand een epileptische aanval heeft of in paniek is. Door deze vorm van monitoring toe te passen kan de slapende wacht vaker doorslapen en is er voor de wakkere wacht iemand die een extra oogje in het zeil houdt. Soms kan een wakende wacht naar een slapende wacht worden omgezet.

De slapende wacht hoeft niet voor ieder geluidje het bed uit.

Hoe kom je bij DigiContact terecht en wat heb je hiervoor gedaan? Ik ben hiervoor beveiliger geweest en ik heb in die functie ook veel nachtdiensten gedraaid. De reden waarom ik op deze baan heb gesolliciteerd is omdat ik het mooi vind om beveiliging en de veiligheid van cliënten te combineren. Omdat ik als beveiliger twee nachtdiensten in de week deed, en vervolgens nog dagdiensten erbij, werd mijn ritme verstoord. Nu ik bij DigiContact alleen maar nachtdiensten doe, is er een nieuw natuurlijk ritme in mijn leven en dat vind ik belangrijk. Ik merk dat ik daardoor veel meer energie heb op de dagen dat ik vrij ben. In mijn vrije tijd sport ik veel. Bijvoorbeeld klimmen, een potje honkbal spelen of paintballen. Als ik thuis iets voor mezelf doe dan ben ik vaak bezig met schilderen.

We ontwikkelen met elkaar een geheel nieuwe dienst.

Wat trok je precies in deze baan? Deze baan was voor mij was de mooie kans om echt wat te betekenen in het team. Bij al mijn vorige banen was het zo dat er werd verteld wat ik moest doen. Hier is het zo dat ik zelf mijn eigen input kan geven. Als er dingen niet lekker lopen kan ik daar mijn eigen draai aan geven en kan ik er mijn mening over uiten. We zijn met elkaar bezig een geheel nieuwe dienst te ontwikkelen. Dat maakt het uitdagend en heel prettig werken.

Wat voegt DigiContact in jouw ogen toe aan het zorgaanbod? Het belangrijke van DigiContact is dat er altijd iemand cliënten te woord kan staan. Als wij er niet zouden zijn waren zij alleen aangewezen op de begeleiders die fysiek aanwezig zijn. Zijn die niet de hele dag op de locatie, of even bezig met een andere taak, dan is er niemand bereikbaar. Als een cliënt op dat moment een vraag heeft, hoeft hij deze niet uit te stellen, maar kan hij altijd DigiContact bellen. Dat kan een simpele vraag zijn, maar ook gaan over relaties of medicatie. In principe kan het over van alles gaan. 

Wij ontlasten de begeleiders en geven zowel hen als de cliënten een veilig gevoel.

Welke voordelen heeft de nachtmonitoring? Het grote voordeel van de nachtmonitoring is dat wij de begeleiding die fysiek aanwezig is kunnen ontlasten. Als zij zelf alle meldingen zouden opvolgen, moeten zij twintig keer uit bed om elk klein dingetje te controleren. Dat terwijl er negentien keer niets aan de hand is. Dus die ene keer dat er wel wat aan de hand is kunnen wij de wacht waarschuwen en aangeven wat er aan de hand is. Dat geeft veel rust voor de begeleiding. Die kan in principe rustig gaan slapen en wachten tot de telefoon gaat.

Ook als er ’s nachts wel een begeleider is die wakker blijft, is nachtmonitoring een veilig gevoel. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand hulp nodig heeft, terwijl de begeleider net met een andere client bezig is. Wij signaleren dit en kunnen dan de begeleider waarschuwen of zelf ondersteuning op afstand bieden. 

Kun je een voorbeeld geven? Wij hebben een cliënt gehad die blind en dement was. Door een verstoord tijdsbesef kwam het voor dat hij zich om drie uur ’s morgens ging aankleden en dan in de woonkamer ging zitten wachten totdat de begeleiding langskwam. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hij heeft ook gewoon zijn nachtrust nodig. Dan kunnen wij de begeleiding wakker bellen om die persoon weer terug naar bed te begeleiden. Een andere mogelijkheid is dat wij zelf het gesprek aangaan via de intercom. Zo hebben we deze cliënt meerdere malen kunnen begeleiden en ervoor kunnen zorgen dat hij terug naar bed ging. 

Jullie zitten dan achter een computer en zien dat gebeuren? Hoe werkt dat? Wij zitten achter een monitorsysteem. Als wij een melding binnenkrijgen activeren we het systeem. Dan zien wij de camerabeelden en de afspraken die met de betreffende locatie gemaakt zijn. Als wij de situatie niet vertrouwen gaan wij bellen. Als er wel een geluid is, maar er is verder niks aan de hand, dan kan de slapende wacht lekker doorslapen.

Wij kunnen de begeleider ook op afstand ondersteunen bij een calamiteit.

Wat zijn de voordelen voor de fysiek aanwezige begeleider?
Naast een betere nachtrust voor de slapende wacht en een extra oogje in het zeil voor de wakkere wacht is een ander voordeel. Dat is dat wij hem/haar kunnen ondersteunen als er echt iets aan de hand is. Bijvoorbeeld als iemand gereanimeerd moet worden. Dan kan de begeleider ons verzoeken om 112 te bellen. Dit omdat diegene zijn handen op dat moment vol heeft. Mocht er iets gebeuren waar onduidelijkheid of twijfel over is, dan hebben wij veel informatie beschikbaar. Het is ons uitgangspunt dat we elke situatie samen tot een goed einde brengen.

Welke apparatuur gebruiken jullie? Op dit moment gebruiken wij twee systemen. Hertek en CLB. Deze systemen bieden allebei de mogelijkheid tot continue-monitoring en het aansluiten van allerlei soorten zorgdomotica.

Wij krijgen meldingen binnen op het moment dat bepaalde sensoren afgaan. Dat kan een deurmelder zijn, een bewegingsmelder of een epilepsiemat. Op het moment dat wij die melding binnenkrijgen kunnen wij kijken wat er aan de hand is. In de sanitaire ruimtes zijn melders waar cliënten zelf aan kunnen trekken op het moment zij hulp nodig hebben. Continu-monitoring wil zeggen dat we naast de meldingen ook live kunnen zien wat er gebeurt. 

We monitoren alleen wat we vooraf hebben afgesproken.

Hoe gaan jullie om met de privacy? Privacy is heel belangrijk. We houden de cliënt in de gaten tijdens de vooraf afgesproken situatie. Buiten deze tijden controleren we natuurlijk helemaal niets. Heeft een persoon iemand op bezoek, dan bepalen we in overleg met de begeleiders of we wel of niet gaan monitoren zolang het bezoek er is. 

Kun je tot slot een voorbeeld noemen van een bijzondere situatie die je hebt meegemaakt? Wij hebben een cliënt die vaak probeert weg te lopen. Ze probeert dan van de locatie te ontsnappen en dat is niet de bedoeling. Ze kan snel vallen en dat is gevaarlijk. Door het meldingssysteem kunnen wij op tijd aan de bel trekken en de begeleiding waarschuwen. Je moet er niet aan denken dat zij ongemerkt naar buiten loopt of van de trap valt. 

Ik ben hulpverlener, maar dat wil niet zeggen dat ik het beter weet

Onlangs introduceerde DigiContact een nieuwe teampagina op haar website. Hier vind je onder meer foto’s van de begeleiders, verhalen en vacatures. Om nader kennis te maken met het team, interviewen we elke maand een DigiContact medewerker. Deze keer is het de beurt aan Daisy.  

Hallo Daisy, stel je jezelf even voor? “Mijn naam is Daisy. Ik werk nu bijna twee jaar, sinds april 2019, bij DigiContact. Mijn ervaring zit vooral in de psychiatrie en verslavingszorg. Dat breng ik ook mee in de gesprekken die ik voer. Ik heb SPH gestudeerd en ben daarna mijn loopbaan begonnen bij een buitenschoolse opvang. Op een gegeven moment ben ik via invalwerk voor een uitzendbureau de psychiatrie binnengeloodst. Uiteindelijk ben ik gaan werken bij een psychiatrische kliniek.”

Terug de samenleving in, daar werkte je met elkaar naartoe.

Wat deed je daar? “Daar was ik groepsbegeleider. Ik had wisselende diensten op een gesloten afdeling voor mensen met psychoses of persoonlijkheidsproblematiek, die ook in aanraking waren gekomen met justitie. Ik ondersteunde hen bij het dagelijks leven, door bij de lunch aan tafel te zitten of bij het avondeten. Het was echt een groepsgebeuren, waar iedereen taken had in huis en ook werkte aan zijn/haar eigen doelen. Die waren vastgelegd in behandelplannen, waar wij ook bij DigiContact mee werken. 

Ik observeerde het gedrag en zorgde dat het ‘schoon bleef’. Dat wil zeggen dat er geen middelen binnenkomen. We deden blaas- en urinetesten om te checken of mensen niet gebruikten. Ging het goed dan konden de bewoners doorstromen naar groepen met minder controle. Uiteindelijk stroomden ze uit naar begeleid wonen met ambulante ondersteuning. Dat is dan de ideale situatie, weer terug de samenleving in. Daar werkte je met elkaar naartoe.” 

Je kunt gebruik niet altijd rigoureus verbannen.

Wat maakte dat je dacht: ‘DigiContact, dat lijkt me wel wat?’ “Waar ik tegenaan liep bij de gesloten inrichting is dat het heel goed is dat mensen gestabiliseerd worden, maar op een gegeven moment is het nodig om door te stromen. Dan moet de regie weer terug naar de cliënt. Daarbij blijf je soms zitten in een spanningsveld tussen wat kan iemand en wat mag iemand. Je was soms een beetje een politieagent. Dat vond ik niet leuk. Er zitten mensen achter met mogelijkheden, alleen laten de regels het niet toe om dat te verkennen. Uiteindelijk ben ik bij een instelling voor begeleid wonen gaan werken, waar je die doorstroom meemaakt. Ook daar heb je weer de nodige uitdagingen. 

Je kunt gebruik denk ik niet altijd rigoureus verbannen. Soms is het beter om mensen te leren ermee om te gaan. Dat wordt alleen niet overal getolereerd. Het zou fijn zijn als er een tussenfase zou zijn waarin gebruik wel gedoogd wordt. Een fase waarin het leven weer opgepakt kan worden zonder rebels gedrag, juist vanwege de grote hoeveelheid regels. Het kostte me op een gegeven moment te veel energie. Ik wil juist de regie zoveel mogelijk teruggeven. Niet: ‘Jij mag dit niet’, maar: ‘Oké, vertel, wat heb jij nodig? Waar zit je mee? Hoe kan ik jou op een lichte manier begeleiden, waarbij wij op een gegeven moment misschien veel minder nodig zijn?’ Dat iemand het gevoel krijgt: ‘Ik kan dit aan en ik kan verder’. Dat was ook wat mij aantrok bij DigiContact. Letterlijk op afstand mensen ondersteunen om zo zelfstandig mogelijk te leven.” 

Ieder gesprek vraagt weer om een andere benadering.

Je komt uit de GGZ. Voer je dan ook alleen maar gesprekken met cliënten uit die hoek? “We zijn allemaal allround en kunnen met iedere cliënt gesprekken voeren. Hoe het gesprek verloopt ligt vooral aan de cliënt. Wat heeft hij/zij op dat moment nodig. Als ik vragen heb over LVB-problematiek vraag ik dat aan mijn collega’s en zij kunnen ook aan mij vragen hoe iets gaat binnen de GGZ. Ik zit ook bij het team deskundigheidsbevordering om te kijken over welke onderwerpen we binnen DigiContact meer zouden willen leren. Niet zozeer dat de mensen in dit groepje degene zijn die alles weten, maar we proberen de informatie en kennis te verzamelen en mensen te vinden die ons er meer over kunnen vertellen.

We merken wel dat er meestal sprake is van aanvullende problematiek. Of beter gezegd: een combinatie van factoren. Hierbij gaat het vaak meer om het beïnvloeden van gedrag dan het feit of iemand wel of niet licht verstandelijk beperkt is. Er zijn bijvoorbeeld mensen die zelfstandig wonen en veel drinken. Omdat ze ambulante hulp krijgen en DigiContact kunnen bellen, kunnen we hen leren hier bewust mee om te gaan, zonder het te verbieden. Je hebt te maken met de intelligentie en het begrijpend en empathisch vermogen van mensen. Hoe werkt het in hun brein? Dat vraagt iedere keer weer om een andere benadering.

Er is bijvoorbeeld een autistische man met een verslaving die aangesloten is bij DigiContact. Het gaat bij hem niet om het stoppen, want dat lukt hem niet, maar wel om het reduceren van het gebruik. Zodat hij nog wel kan functioneren en naar de dagbesteding gaat. We vragen dan bijvoorbeeld: ‘Hoe zit het met je zucht of je trek? Lukt het je als er een nare gebeurtenis is?’ Zijn vader was onlangs overleden. Hoe gaat hij daarmee om? Hoe verwerkt hij dat? Kan hij daar ook iets anders voor vinden dan alleen maar te drinken? Dat soort dingen. Dat vind ik heel interessant.”

Het hondje dat ik uitlaat is best een angstig beestje. Ik heb een goede band met hem opgebouwd.

Wat doe je in je vrije tijd? “Ik heb een pas waarmee ik voor een vast bedrag per maand ongelimiteerd naar de bioscoop kan. Ik ben zelfs een keertje, toen ik een week vrij was, een uitdaging aangegaan om elke dag naar een film te gaan. Het is me bijna helemaal gelukt. Eén dag kon ik niet, dus toen ben ik op één dag twee keer op de dag naar de film geweest. Het zijn filmhuisfilms, waarin bijzondere of interessante onderwerpen voorbijkomen. Thema’s zoals feminisme vind ik bijvoorbeeld interessant. Ik zag een documentaire over Gloria Steinem, een journaliste en activiste uit de jaren ’50, die streed voor feminisme en tegen vrouwenonderdrukking. 

En ik hou van honden. Omdat ik in een huis woon waar huisdieren niet toegestaan zijn, ben ik een vrijwillige hondenuitlater. Via een website ben ik in contact gekomen met een dame die soms overdag geen tijd heeft om haar hondje uit te laten. Ik kan door mijn onregelmatige werktijden makkelijk een keer voor mijn late dienst of op een vrije dag haar hond uitlaten. Dat is hartstikke leuk, want ik bouw een goede band met de hond op. En ik weet wat ik kan verwachten als ik zelf ooit een hond neem. Daar word ik heel blij van.”

Wat voor hond is het? “Het is een beetje een mix tussen een Jack Russell en nog iets. Het baasje heeft de hond als pup uit het asiel gehaald. Hij is volgens mij wat getraumatiseerd, want het is best een angstig beestje. Toen zij hem kreeg was zij al de vierde eigenaar, dus ik weet niet wat er is gebeurd in de tijd dat ie heel jong was. Maar dat merk je gewoon, dat hij heel angstig is. Dat we heel goed klikken, voelt daarom heel goed voor mij. Het is een heel lief, gevoelig hondje. De eerste paar keer moest hij wel een beetje grommen: ‘Wie ben jij?’ Nu als ik kom zit hij helemaal te springen: ‘Je bent er weer’.”

Ik schroom moeilijke onderwerpen niet.

Even terug naar je werk. Wat vind je het mooiste onderdeel daarvan? “Je gaat met iemand een gesprek aan, en iedere keer is het opnieuw de vraag waar het over zal gaan. Ik hou van het luisteren naar iemand. Wat is er nu werkelijk aan de hand en wat zegt iemand nu echt? Wat voor hulp heeft iemand nodig? Kleine vragen stellen waardoor iemand denkt: ‘Dat kan ik misschien ook gaan doen’, of: ‘Misschien kan ik zelf hulp inzetten om iets te bespreken of iets te gaan doen.’, of: ‘Zo heb ik het niet bekeken.’. Dat je iemand op weg kan helpen. 

Ik schroom moeilijke onderwerpen niet, zoals over seksualiteit, liefde of zelfmoord. Dan vraag ik bijvoorbeeld: ‘Gaat het erom dat je echt dood wilt, of gaat het erom dat je van deze situatie weg wilt?’ Dat vind ik mooie gesprekken. Maar er komt zoveel meer voorbij. Ik herinner me een voorbeeld van een nachtelijk gesprek met een begeleider van wie een cliënt die nacht in een hospice overleden was. Die begeleider moest het even kwijt omdat ze het op dat moment met niemand anders kon delen. 

Soms is er paniek. Dat kan zowel bij een begeleider zijn als bij een cliënt. Dan is het fijn voor hen om even een klankbord te hebben. ‘Heb ik overal aan gedacht?’ ‘Heb ik er wel alles aan gedaan?’ Dat iemand na zo’n gesprek met een gerust hart naar huis kan of kan gaan slapen, dat zijn de mooie dingen. Ik ben een soort van praatpaal. Of nee, een luisterpaal eigenlijk. Ik vraag dingen waardoor iemand denkt: ‘Dit heb ik goed gedaan of hier kan ik mee verder, of ja, dat hebben we allemaal, het is niet zo gek.’ Wij zijn niet zo verschillend. Ik ben wel hulpverlener, ik heb gestudeerd, maar dat wil niet zeggen dat ik beter ben of meer weet.”

Wat het brein doet om je te beschermen, dat vind ik zo fascinerend.

Die gelijkwaardigheid in het gesprek, dat vind je belangrijk? “Ja. Dat doet me denken aan een nieuwe cliënt. Dat is iemand die een traumatisch verleden heeft. Misbruik, gebruik, heel veel mensen die zijn overleden. Het lijkt alsof zij het intelligentieniveau van een vierjarige heeft, omdat zij door die trauma’s terug is gegaan naar een punt waar ze zich veilig voelde. Ze wil zich afschermen van al die pijnlijke dingen. Wanneer je weet wat de achtergrond is, denk je niet: ‘Wat is dit voor een kinderachtig iemand?’, maar je snapt waarom zij zo is geworden. De boodschap die je uitzendt is: ‘Ik luister naar je en ik ben er voor je.’ Het is wel heel bijzonder. Wat het brein allemaal kan doen om zichzelf te beschermen en toch nog te functioneren. Dat vind ik zo fascinerend.”