Vanaf een afstand kan ik hen geven wat ik vroeger ook nodig had

Ellen werkt al bijna 15 jaar in de zorg. Meer dan 10 jaar werkte ze op groepen waar veel agressie plaatsvond. Op den duur merkte ze dat ze dit werk niet langer kon doen. Het liefst bleef ze hetzelfde werk doen, maar dan minder onveilig. Dat vond ze in het werk bij DigiContact. Met Ellen spreken we over haar werk, motivatie en hobby’s. 

Wil je jezelf voorstellen? ‘Ik heet Ellen, ben 35 jaar en ik woon in Amersfoort. Ik ben fulltime hondenmoeder van mijn hond Nacho. Twee jaar geleden heb hem uit Spanje geadopteerd, waar hij geen fijn leven had. Hij is dan ook getraumatiseerd en dat is soms veel werk. Het gaat gelukkig veel beter: hij speelt, is speels en kwispelt zelfs, wat hij eerder niet deed.’

In plaats van focussen op diagnoses en ziektebeelden, vind ik het boeiender om te kijken naar iemands leven en wat iemand heeft meegemaakt.

‘Naast mijn werk bij DigiContact studeer ik Geestelijke Verzorging aan de Radboud Universiteit. De studie is gericht op zingeving en betekenis geven aan nare dingen die gebeuren aan het leven. In plaats van focussen op diagnoses en ziektebeelden, vind ik het boeiender om te kijken naar iemands leven en wat iemand heeft meegemaakt. Ik wil iemand echt zien als mens in plaats van vanuit een ziektebeeld. Dat is de reden dat ik dit ben gaan studeren. Ook vind ik het boeiend om te kijken naar zingeving. Wat geeft zin voor iemand en wat is nou echt belangrijk?’

‘Ik heb net mijn scriptie afgerond met een voldoende, waar ik erg blij mee ben. Ik heb er lang over gedaan, omdat ik het combineerde met mijn werk bij DigiContact. Mijn scriptie ging over suïcidale jongeren en hun lijden. Opvallend was dat veel van deze jongeren vroeger nare dingen hebben meegemaakt, waardoor ze nooit konden dromen over de toekomst, een zingevingskader konden opbouwen en konden nadenken over wie ze werkelijk zijn. Dat vond ik heel boeiend.’ 

Ik kijk naar het menselijke van gedrag, naar menselijke behoeftes die we allemaal hebben, maar die sommigen moeilijk kunnen uiten.

Hoe ben je bij DigiContact terechtgekomen? ‘Ik werk sinds mijn 21e in de zorg, voornamelijk met jongeren met een lichte verstandelijke beperking en/of een psychische problematiek. Op de groepen waar ik werkte was veel agressie. Ik zoek graag uitdagingen en vind het leuk om uit te zoeken wat er onder iemands gedrag zit. Daarbij kijk ik naar het menselijke van het gedrag, naar menselijke behoeftes die we allemaal hebben, maar die sommigen moeilijk kunnen uiten.’

‘Ik heb dus altijd op hele heftige groepen gewerkt. Na meer dan 10 jaar daarin gewerkt te hebben en veel meegemaakt te hebben, merkte ik dat ik het nodig had om iets anders te gaan doen. Het werk doet veel met je. Het liefst wilde ik hetzelfde werk doen, maar dan minder onveilig. Ik werk nu 1,5 jaar bij DigiContact en sta niet meer in de heftige situatie. Ik ben er vanaf een afstand bij betrokken en dat vind ik fijn. Ik help nog steeds in crisissituaties, maar niet meer fysiek.’

Ik hoefde niet meer heel alert te zijn, wat ik blijkbaar altijd was.

‘Toen ik hier kwam werken, vond ik het bizar dat ik geen ogen meer in m’n achterhoofd hoefde te hebben en dat ik me gewoon veilig voelde. Ik hoefde niet meer heel alert te zijn, wat ik blijkbaar altijd was. Nog steeds ondersteun ik mensen, ook in moeilijke situaties, maar vanuit fysieke rust.’ 

‘Een andere reden om bij DigiContact te gaan werken, waren de consultatiediensten. In die diensten bellen begeleiders met vragen of om hun ei kwijt te kunnen. Ik sta aan de andere kant, maar begeleiders weten dat ik weet hoe ze zich voelen op het moment dat ze in een crisissituatie staan en agressie hebben ervaren. Ze weten ook dat ze de ruimte hebben om daarover te praten. Vanaf een afstand kan ik hen geven wat ik vroeger ook nodig had. Ik werkte toentertijd bij een andere organisatie en wij hadden dit niet. Ik vind het een mooie dienst van DigiContact.’

Kunnen begeleiders in een crisissituatie direct contact met jullie opnemen? ‘Buiten kantoortijden, ‘s avonds en in het weekend, kunnen begeleiders van aangesloten organisaties bellen als er iets. Het kan iets praktisch zijn, maar ze vragen ook veel advies over wat ze in bepaalde situaties moeten doen. Dat kan een crisissituatie zijn of bijvoorbeeld wanneer een cliënt suïcidaal is. Soms moeten wij dan een dienstdoende manager of een gedragswetenschapper bellen. Het is maar net wat de vraag van de begeleider is. Als ik dat als begeleider had gehad, zou dat veel gescheeld hebben. Ik denk dat het heel fijn is dat je ook achteraf met iemand kunt praten, je ei kwijt kunt over hoe heftig een situatie was.’

Ik vind het mooi dat iemand die overstuur is na 10 minuten bellen weer verder kan met zijn dag, gewoon door even contact te hebben.

Wat zijn nog meer voordelen van de hulp die DigiContact biedt? ‘Ik vind het goed dat het erg breed is en we verschillende doelgroepen spreken. Ook vind ik het mooi dat iemand die overstuur is na 10 minuten bellen weer verder kan met zijn dag, gewoon door even contact te hebben. Dat vond ik aan het begin erg apart. Ik dacht: ik heb toch niet zoveel gedaan? In een korte tijd kan iemand al verder helpen. Je kunt het misschien niet oplossen, maar iemand kan weer door met zijn dag.’

Heb je daar een voorbeeld van? ‘Zulke gesprekken heb ik elke dag. Cliënten hebben vaste afspraken over praktische zaken, maar kunnen ook ongepland bellen. Ze moeten dan hun verhaal kwijt of hebben net iets meer nodig, omdat ze even niet verder kunnen. Als hulpverlener ben je dan geneigd om afleiding als optie aan te bieden. Wat ik vanuit mijn achtergrond in de geestelijke verzorging probeer, is om erbij stil te staan en het te erkennen: “Het is heel vervelend en niet makkelijk.” Dat kan al veel brengen. Doe je dit niet, dan kan je er te makkelijk overheen gaan. Je vraagt bijvoorbeeld of iemand al heeft gewandeld of iets anders heeft gedaan wat afleidt. Cliënten reageren wel eens: “Ja, dat werkt hooguit een half uur, maar dan kom ik thuis en zit ik er weer in.” Dat is ook zo. Afleiding is niet de oplossing voor een probleem. Ik noem het een 10%-oplossing.’ 

‘Ook kan het voor mensen veel schelen als je het erkent en bespreekt dat je het nu even niet kan oplossen. Ik wil ze ook geen worst voorhouden. Wel lees ik rapportages terug en zie ik wat die persoon wel doet, stapje voor stapje. Zo sprak ik vorige week iemand die er doorheen zat. Ik zei: “Je zit nu wel op de bank en hebt je gewassen, je aangekleed en gegeten. Volgens mij is dat oké en goed voor nu. Het is al heel wat en je bent al ver gekomen.”’

Het is niet zo dat het leven altijd succesvol en fijn is.

Neem je vanuit je studie meer mee in je werk bij DigiContact? ‘Ik probeer wel eens tools van de geestelijke verzorging in te brengen, bijvoorbeeld als het gaat over het verdragen van nare dingen. Ik kijk minder vanuit diagnoses, maar vanuit dingen die cliënten als mens meemaken en die ze beschadigen. Het hoort allemaal bij het leven, want het leven is niet altijd succesvol en fijn.’

Naast heftige en erg nare onderwerpen, bellen cliënten en medewerkers ook met luchtigere vragen. Hoe vind je die afwisseling? ‘De vragen verschillen erg en dat vind ik fijn. Ik ben gespecialiseerd in de GGZ, jeugd en justitie, dus krijg veel vragen van deze doelgroepen binnen. Tussendoor krijg ik ook vragen binnen van andere cliënten, bijvoorbeeld van iemand met een lichte verstandelijke beperking die gewoon zijn leven leidt en blij in het leven staat. Dat zijn hele andere gesprekken en dat probeer ik dan ook luchtig te houden. Ik luister voornamelijk naar waar ze behoefte aan hebben. Zo geven sommige cliënten aan dat het allemaal wel goed gaat. Dan benadruk ik vooral hoe fijn dat is.’ 

‘Ik vind het ook leuk om af en toe een grapje te maken of sarcastisch te zijn. Cliënten die een afspraak hebben, zie je regelmatig terug. Daardoor kun je terugpakken op een situatie uit een vorig gesprek, maar kun je ook inschatten bij wie je een grapje kunt maken. Sommige cliënten hebben veel zelfspot. Het is fijn om zulke luchtige gesprekjes tussendoor te hebben. Als je alleen maar zware gesprekken hebt, houd je dat ook niet vol.’

‘Het heeft iets weg van ambulant werk: je komt bij mensen thuis, maar dan via beeld. De gesprekken met DigiContact zijn soms wel persoonlijker dan die ze met hun begeleiders voeren. Het verschilt per cliënt, maar sommigen bespreken situaties liever niet met hun begeleiders, omdat die meer praktische hulp bieden. Ze komen een keer per week en ondersteunen bij andere praktische zaken, zoals de post. Bij DigiContact kunnen ze hun verhaal doen over diepgaandere dingen, zonder dat ze er direct wat mee moeten. We rapporteren dat natuurlijk wel, dus begeleiders kunnen het lezen.’

Ik weet dat de cliënten worden opgevangen. Daardoor kan ik het makkelijker loslaten.

Als je een moeilijk gesprek hebt gehad, neem je dat dan wel eens mee naar huis? ‘Ik heb door de jaren heen geleerd om dat niet meer mee naar huis te nemen. In mijn werk op de groepen voelde ik me altijd over-verantwoordelijk. Er was veel verloop, waardoor ik weleens bijna geen collega’s meer had. Toen was ik thuis wel veel bezig met of alles wel goed liep. Bij DigiContact vind ik het makkelijker, omdat ik weet dat er begeleiders bij cliënten betrokken zijn. Ik zet mijn rapportage in het systeem en ga ervanuit dat begeleiders op de hoogte zijn van de situatie. Twijfel ik daarover, dan stuur ik begeleiders soms een mail dat het goed is om de rapportage te lezen. Ik weet dat de cliënten worden opgevangen. Daardoor kan ik het makkelijker loslaten.’

‘Ook heb ik de afgelopen jaren een persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. Ik ben me bewust van dat werk mijn werk blijft en dat ik het niet allemaal kan oplossen. Er is ook een cliënt die al lang zorg heeft en daardoor vaak heeft meegemaakt dat begeleiders in een burn-out raken en weggaan. Hij wil niet dat ik moet stoppen en zegt daarom aan het eind van een gesprek altijd: “Vergeet niet de knop om te zetten.” Zo neem ik het werk niet mee naar huis. Dat is heel lief, maar ook heel sneu. Het helpt mij om te realiseren dat je het niet redt als je alles mee naar huis neemt. Ik heb ook mijn eigen leven en geen hulpverlener is vrij van issues.’

Ik ben erg geïnteresseerd in mijn eigen religie, maar ook in andere religies: alles wat mij verder kan brengen.

Als je vrij bent, wat vind je dan leuk om te doen? ‘Ik sport veel. Ik houd van krachttraining en yoga. Dat zijn echt wel tegenpolen: met krachttraining ben ik aan knallen en mijn spieren moe aan het maken en bij yoga ga je terug naar je lichaam en je gevoel. Ik ben gelovig en spiritualiteit is belangrijk voor me. Yogadocenten bereiden soms een tekst voor die ze voorlezen, zodat je dat kunt meenemen in je yogales. Dat vind ik heel interessant en fijn. Ik ben erg geïnteresseerd in mijn eigen religie, maar ook in andere religies: alles wat mij verder kan brengen. Daarnaast ben ik creatief en vind ik het leuk om te schilderen en te tekenen. Schrijven vind ik ook leuk om te doen, maar dan meer voor mezelf.’

Tot slot nog even terug naar DigiContact. De afgelopen jaren hebben jullie een hele ontwikkeling doorgemaakt. Hoe zou DigiContact zich nog verder kunnen ontwikkelen? ‘Ik denk dat het goed is om nog meer te specialiseren in de doelgroepen. DigiContact moet eigenlijk bij alle cliënten passen, maar er zijn ook cliënten die problemen hebben met vertrouwen. Vooral voor mensen met psychische problematieken is dat erg moeilijk. We kijken in de intakes al naar wat de cliënten nodig hebben, maar door specialisaties kunnen we nog meer zorg op maat leveren. Ik zie dat als een mooie kans.’

Voor mij hoeft het niet groots te zijn, het zit juist in kleine dingen

Agnes heeft een jarenlange werkervaring, zowel in de gehandicaptenzorg als in de GGZ. Ze werkte als begeleider in woongroepen en ambulant. Na 20 jaar was ze toe aan een nieuwe uitdaging. Ze kende DigiContact en zag dat het werkte bij haar cliënten en ze besloot de overstap te maken. Inmiddels werkt ze zo’n anderhalf jaar met plezier bij DigiContact. We spraken haar over haar ervaringen en ideeën.

Bij DigiContact heb je veel verschillende mensen aan de telefoon, waardoor je constant moet checken of iemand je begrijpt

Je hebt ervaring met werken met mensen met een beperking én met mensen vanuit de GGZ. Helpt dat in je werk bij DigiContact? ‘Dat vind ik wel. Toen ik vanuit de gehandicaptenzorg in de GGZ ging werken, vond ik het lastig om te schakelen, bijvoorbeeld in het taalgebruik. Bij DigiContact heb je veel verschillende mensen aan de telefoon, waardoor je constant moet checken of iemand je begrijpt en hoe je iemand moet aanspreken. Ik merk nu dat dat in mijn gesprekken sneller gaat.’ 

Mensen krijgen steeds vaker dezelfde collega’s aan de lijn

Heb je elke keer iemand anders aan de telefoon of herken je ook mensen? ‘We werken met expertiseteams. Dat houdt in dat bijvoorbeeld mensen vanuit de GGZ ook terechtkomen bij collega’s die ervaring of affiniteit hebben met de GGZ. Hierdoor krijgen mensen vaker dezelfde collega’s aan de lijn. Je leert deze mensen beter kennen en komt zo makkelijker in gesprek. In het begin moet ik soms echt nadenken over hoe ik het gesprek met iemand aanga. Naarmate ik ze steeds vaker spreek, gaat dat makkelijker. Ook heb je daardoor niet enkel heftige gesprekken, maar gaat het ook weleens over alledaagse dingen.’

Je hoeft niet te wachten tot een begeleider komt. Je kunt meteen je vraag stellen

Wat vind je nog meer voordelen van DigiContact? ‘Bij mijn vorige werkgever zag ik al dat DigiContact werkte bij cliënten. Zij werden minder afhankelijk van hun ambulant begeleider. We zijn 24 uur per dag bereikbaar, waardoor ze zelf kunnen bepalen wanneer ze om hulp vragen. Ze hoeven niet te wachten tot een begeleider komt en daardoor hun vraag ook niet uit te stellen. Als ambulant begeleider merkte ik dat dat anders was, waardoor mensen soms erg gestrest werden. Dat vang je nu op door er altijd te zijn, waardoor gedrag minder snel escaleert. Je geeft daarmee mensen ook een deel van hun regie terug. In gesprekken probeer ik hen zoveel mogelijk te laten nadenken over hoe zij iets zelf gaan oplossen of aanpakken.’

Als hulpverlener wil je graag helpen, maar soms is luisteren al voldoende

Is dat hoe jij voldoening uit je werk haalt? ‘Ja, als iemand – nadat ik hem of haar in hoge spanning of emoties aan de telefoon kreeg – weer rustig of zelfs lachend verder kan, dan heb ik mijn doel bereikt. Soms kan dat ook niet. Als hulpverlener wil je graag helpen, maar soms is luisteren al voldoende.’ 

‘Ik werk nu anderhalf jaar bij DigiContact en ervaar het al vanaf het begin als een warm bad van collega’s. Ik voel me hier erg welkom. In het begin kwam ik stuiterend thuis en dacht ik: nou, dat is misschien wat overdreven. Ik was gewoon enthousiast door alle collega’s. Dat is bij andere werkplekken niet altijd zo geweest en voelt daarom erg prettig.’

Voor mij hoeft het niet groots te zijn, het zit juist in de kleine dingen

Heb je een voorbeeld van een situatie waarin jij het verschil hebt kunnen maken? ‘Laatst belde iemand dat ze buiten was en bang was dat ze een paniekaanval kreeg. Ze vroeg of ik met haar ‘mee wilde lopen’. Ik had haar maar vijf minuten aan de lijn, maar het hielp haar enorm. Daarnaast zijn er mensen die dagelijks bellen op momenten dat zij zich onrustig voelen. Als zij na een gesprek weer door kunnen met hun dag, dan maak je wel het verschil. Voor mij hoeft het niet groots, het zit juist in de kleine dingen. Soms geeft een cliënt of begeleider aan dat ze, nu ze DigiContact hebben, merken dat ze vooruitgang boeken en doelen behalen. Daar word ik blij van.’

Maak je ook wel eens iets mee wat je meeneemt naar huis? ‘Ik heb wel eens een situatie gehad, waarbij niet duidelijk op papier stond wat er moest gebeuren. Dat was niet onze verantwoordelijkheid, maar ik ging toch naar huis met de gedachte: ik weet niet of dit goed gaat. Dat voelde niet fijn, terwijl de casus minder heftig was dan andere casussen. Het ligt dus meer aan of alles goed beschreven staat en of ik de juiste handelingen heb uitgevoerd, dan aan de casus zelf. Er is wel eens een cliënt die terminaal is of heftige dingen vertelt. Dat komt wel binnen, maar ik neem het niet mee naar huis.’

Als mijn hoofd heel vol zit, wandel ik ’s avonds een rondje 

Hoe maak jij na een werkdag jouw hoofd weer leeg? ‘Ik heb het voordeel dat ik een uur naar huis moet rijden. Als ik thuis ben, dan is het klaar. Werk ik thuis, dan mis ik dat. Als mijn hoofd dan heel vol zit, wandel ik ’s avonds nog een rondje. Heerlijk in de frisse lucht. Al is het maar 10 minuten, dan heb ik in ieder geval het gevoel dat ik er even uit ben geweest. Heb ik een late dienst, dan kijk ik graag televisie. Ik kijk iedere avond VI. Dat vind ik heel leuk, die flauwe humor.’

Wat zijn verder hobby’s van je? ‘Ik houd van lezen en van naar het theater en concerten gaan. De bioscoop vind ik ook leuk. Het maakt niet uit welk genre het is, als de film maar te begrijpen valt. Ik hou niet van die ingewikkelde films.’

We zijn de laatste jaren enorm gegroeid

Weer terug naar DigiContact. Hoe kan DigiContact zich volgens jou nog verder ontwikkelen? ‘Ik werk sinds september ook als projectmedewerker, waardoor ik achter de schermen veel bezig ben om zaken goed te regelen. Zo houd ik me bezig met de aansluiting van nieuwe organisaties, zodat dat goed verloopt. Dat het team op de hoogte is en dat iedereen weet hoe alles geregeld en geregistreerd kan worden.’

We zijn een dynamisch en innovatief team. Iedereen is erg actief en denkt mee over de beste aanpak

‘We zijn enorm gegroeid. Voor de toekomst denk ik dat DigiContact blijft groeien, waardoor het de uitdaging is om de kwaliteit hoog te houden en voldoende personeel te krijgen. Ik denk ook dat het nodig is om ons werk eenvoudiger in te richten. Nu moeten we bijvoorbeeld steeds in verschillende dossiers inloggen en het zou fijner zijn als een systeem de juiste dossiers direct koppelt aan de cliënt die belt. Achter de schermen zijn we hier ook mee bezig. We zijn een dynamisch en innovatief team. Iedereen is erg actief en denkt mee over de beste aanpak. Dat maakt het voor mij extra leuk om bij DigiContact te werken.’

Na 7 jaar in Afrika werkt Dorien nu bij DigiContact

Nadat Dorien een paar jaar als maatschappelijker werker in de gehandicaptenzorg werkte, begon het te kriebelen. Ze voelde een sterke verbinding met Afrika en boekte een trip naar Mozambique. Afrika stal haar hart en ze besloot naar Zuid Afrika te emigreren. We spraken haar over haar ervaringen, haar besluit om weer naar Nederland terug te gaan en haar werk bij DigiContact.

Aanvankelijk had ik zeven maanden onbetaald verlof opgenomen, maar toen ik een relatie kreeg, ben ik officieel geëmigreerd

‘In Mozambique ben ik drie weken in een groot kinderdorp geweest en heb veel gezien, vooral veel armoede. Ik bezocht vuilnisbelten en ziekenhuizen. Dat raakte me. Ik wilde meer van Afrika zien, maar niet persé van Mozambique. Tijdens een tussenstop in de stad Pretoria, in Zuid-Afrika, voelde het als thuiskomen. De bijzondere verbinding die ik vanaf de eerste dag voelde is nooit meer weggegaan. Later ging ik naar Kaapstad. Daar heb ik mijn vriend – inmiddels man – ontmoet. Aanvankelijk had ik zeven maanden onbetaald verlof opgenomen, maar toen ik een relatie kreeg ben ik officieel geëmigreerd. Het was eind 2010 en ik dacht: we zullen wel zien hoe het loopt. Misschien kom ik ooit terug en misschien ook niet.’

Ik had zo’n duidelijk gevoel dat dit een goede stap was, dus ik ging ervoor

‘Mijn vaste baan in Nederland heb ik opgezegd. Dat vond ik best spannend. Ik had alleen zo’n duidelijk gevoel dat dit een goede stap was, dat ik ging er gewoon voor ging. Kort daarna zijn we getrouwd. Ik werkte als zendeling, met name met vrouwen in de prostitutie. Omdat deze vrouwen vaak diepe trauma’s hadden, moest ik mezelf snel bijscholen. Ik merkte dat plannen maken in Zuid-Afrika niet goed werkte. Het ging vooral om de nabijheid en het creëren van veiligheid, om van daaruit te helen en weer een leven op te bouwen. Dat waren intense processen, met veel terugval. We deden ook outreachend werk. Dan ga je met een groepje ’s avonds de straat op om met vrouwen te praten die aan het werk waren. Soms had je dan hele mooie, diepgaande gesprekken en een andere keer waren ze sterk onder invloed van drugs. Dat kwam allemaal voor.’

Sommige mensen kruipen echt in je hart

‘Ik leefde van giften. Dat was fijn en ik heb me erg dankbaar gevoeld. Zo had ik de ruimte om te ontdekken wat ik echt wilde. Ik heb mij beziggehouden met inner healing voor vrouwen en heb ik in gevangenissen en binnen de psychiatrie creatieve activiteiten gedaan. Het was een leuke combinatie van dingen die mijn passie waren.’

‘Sommige mensen kruipen echt in je hart. Er was een vrouw van 25 jaar. Ze had resistente tbc en een dissociatieve stoornis. Soms was ze jong en kwetsbaar en op andere momenten zocht ze de grenzen op. Naarmate ze zieker werd, kwam ze steeds dichterbij. Ze maakte vaak lieve tekeningetjes en noemde me mama. Een week of twee voor haar dood kwam ik haar tegen op straat. Ze was helemaal vies. Ik besloot haar mee te nemen naar huis, zodat ze daar kon douchen. Ze kon bijna niet meer lopen en moest in de trein op de grond zitten. Ik haalde mijn scooter, waardoor we nog een leuk scooterritje hadden. Daarna heb ik haar bij mij thuis laten douchen en ze zag er direct een stuk waardiger uit. Dat was voor mij een mooi moment om later op terug te kijken. Het was een afscheid, maar er was ook waardigheid. Toen ze stierf, kon ik daar nog lang emotioneel van worden.’

Het was moeilijker om mijn grijze roodstaartpapegaaien naar Nederland te krijgen dan mijn Afrikaanse man

Het komt erg dichtbij. Dan maak je ook veel leed mee. Hoe verwerk je dat? ‘Ik had het voorrecht om in een mooie omgeving te wonen, vlakbij het strand en de bergen. Vaak ging ik daar ‘opladen’, een strandwandeling maken of een weekend weg.’ 

Op een gegeven moment besloot je naar Nederland terug te gaan. Kan je daar meer over vertellen? ‘Ik vond het na 7 jaar tijd om naar onze eigen toekomst te gaan kijken. We hebben altijd genoeg om handen gehad, maar je kon niet echt iets opbouwen. Mijn man is Afrikaans en twijfelde of hij wel naar Nederland wilde gaan. Toen hij eraan toe was gingen we het proces met de IND in. Dat was redelijk te doen, maar ik had ook twee grijze roodstaartpapegaaien die ik graag mee wilde nemen naar Nederland. Het was moeilijker om die mee te krijgen, omdat het beschermde dieren zijn. Het was een uitdaging, maar het is allemaal gelukt.’

Toen ik een inkomen had, konden we samen in een antikraakhuis gaan wonen

‘Ik moest in eerste instantie alleen naar Nederland om garant te kunnen staan voor mijn man. Dat betekende weer terug op kamers. Uiteindelijk kreeg ik een leuk antikraakhuis, waar we samen konden wonen. Vanuit daar zijn we naar een flat verhuisd en een jaar geleden kochten we een huis. We zijn nu ruim drie jaar terug en langzamerhand begin ik te settelen.’ 

Ben je direct bij DigiContact gaan werken? ‘Nee, ik heb nog twee andere banen gehad, maar ik merkte op een gegeven moment dat het niet meer werkte. Ik heb ontslag genomen, nam een maand vrij en toen kwam DigiContact op mijn pad. Dat is nu een jaar geleden. Het afgelopen jaar kon ik echt gaan wortelen.’

Het voelt alsof allerlei fases van mijn leven bij DigiContact bij elkaar komen

Hoe vind je het om bij DigiContact te werken? ‘Het voelt alsof allerlei fases van mijn leven bij elkaar komen. Ik heb fijne en simpele gesprekken die me doen denken aan mijn werk in de gehandicaptenzorg, maar ook heftige en uitdagende gesprekken met een acute problematiek. Die dynamiek doet me denken aan mijn levenservaring in Zuid-Afrika. Ik vind het een voorrecht om aan te sluiten bij mensen die, om wat voor reden dan ook, niet altijd helemaal mee kunnen in de samenleving. Die uitdaging drijft me.’

Een gesprek kan over de dood gaan, maar ook over het weer

Kan je een voorbeeld noemen van iets wat je binnen DigiContact hebt beleefd en wat je opviel? ‘Ik vind de verscheidenheid aan gesprekken waardevol. Het ene moment heb je een diep en emotioneel gesprek over de dood en verlies. Een ander moment heb je een gesprek over het weer. Die afwisseling vind ik bijzonder. Ook is het een mooie uitdaging om steeds aan te voelen vanuit welk perspectief iemand de wereld bekijkt en om daarbij aan te sluiten. Ik had laatst een heftig gesprek met iemand die het erg zwaar had. Ze zei op een gegeven moment: “Ik voel dat je ook dingen hebt meegemaakt en dat je mij kunt begrijpen.” Dat is echt een compliment. Aan de andere kant hebben sommigen een heel origineel en fris wereldbeeld. Daar kan ik ook van genieten.’

Heb je ideeën over hoe DigiContact zich zou kunnen ontwikkelen? ‘Laatst hadden we het in een teamvergadering erover dat we goed oog moeten houden voor de balans tussen de diepgang en de werkdruk. Soms heb je een diep gesprek gehad en moet je daarna gelijk door met een ander gesprek. Hoe geef je het diepe gesprek dan een plek voor jezelf en hoe kan je de volledige aandacht blijven geven? Ik vind dat een waardevol punt.’

Ik ga altijd voor 100% ergens voor, maar laat open voor hoelang ik dat doe

Heb je iets in je hoofd wat je graag nog zou willen doen? ‘Ik ga altijd voor 100% ergens voor, maar laat open voor hoelang ik dat doe. Vorig jaar maart ben ik ook mijn eigen bedrijf begonnen. Naast mijn werk bij DigiContact ben ik dus ook coach. Als coach werk ik op een andere manier en neem ik per sessie echt de tijd. Deze combinatie zie ik mezelf nog wel een hele tijd doen.’

In Afrika ging je graag naar de bergen en de zee. Wat doe je nu graag in je vrije tijd? ‘Ik houd van creatief bezig zijn. Ik ga wekelijks naar een kleiklas, waar ik lekker aan het boetseren ben en heb ook een tijd geschilderd. ’s Avonds zit graag met een kat op schoot en een wijntje bij te komen. Dat vind ik ook heerlijk. Nog steeds vind ik het ook fijn om buiten te wandelen en de natuur in te gaan. Na zo lang weg te zijn geweest, geniet ik van de Nederlandse schoonheid.’

Ik draai het liefst nachtdiensten, dan kun je echt de tijd nemen

Werken bij DigiContact: betrokken, maar toch op afstand

Mariëlle heeft al 26 jaar werkervaring in de zorg. De eerste jaren stond ze op groepen en werkte ze ambulant met mensen met een verstandelijke beperking. Toen 7 jaar geleden DigiContact op haar pad kwam, sprak haar dat erg aan en nog steeds bevalt het werk haar goed. We spraken met Mariëlle over haar ervaringen en hoe ze buiten het werk om weet te ontspannen. 

DigiContact past in alle opzichten goed bij mij

Wat bevalt je zo goed aan DigiContact? “Na 20 jaar op de groep te hebben gestaan, zag ik het niet zitten om tot mijn pensioen fysiek mensen te verzorgen. Ik heb zelf ook een lichamelijke beperking, ik loop wat moeilijker. Als ik nog langer op de groep moest blijven werken, had ik dat niet volgehouden. Het is daarom goed dat het werk bij DigiContact niet fysiek is. Daarnaast ben ik erg een gevoelsmens en heel betrokken. Bij DigiContact heb je wel het contact, maar heb je dat letterlijk op afstand. Voor mij is dat een goede manier om de betrokkenheid te houden en daar niet te ver in te gaan. Wat dat betreft past DigiContact, in alle opzichten, goed bij mij.”

Het contact met cliënten is hetzelfde, wat ik tijdens mijn vorige werk ook leuk vond

Wat is het verschil met de fysieke begeleiding? “Het is grotendeels anders. Toch is het contact met cliënten hetzelfde, wat ik tijdens mijn vorige werk ook leuk vond. Of je nou bij ze op de bank zit of ze in beeld ziet, die betrokkenheid is er wel. Met een aantal cliënten bel ik meerdere keren per dag, dus van hen weet ik veel en met hen leef ik mee. Ik kan niet naar ze toekomen, maar ben wel ‘bij ze’. Ze kunnen ons ook elk moment bellen en dan zijn we er voor hen.”

Heb je ook nachtdiensten? “Ja, ik heb daar een sterke voorkeur voor. Ik word ook wel nachtdier of nachtuil genoemd, want ik kan er goed tegen. Ik ben totaal geen ochtendmens, dus ik vind de vroege diensten lastig. Die heb ik zo min mogelijk, maar het hoort er gewoon bij. Het fijne aan de nachtdiensten vind ik dat je de tijd kunt nemen voor langere gesprekken en dat ze rustiger zijn dan de ochtend- en avonddiensten.” 

De nachtdiensten passen goed in ons leven

Hoe combineer je dat met je thuissituatie? “Ik woon samen met mijn vriend. Als ik een avonddienst heb, ga ik om drie uur naar het werk of, zoals nu, thuis aan het werk. Tussen elf en half twaalf ben ik weer thuis en dan ligt hij al op bed. Je ziet elkaar dan niet en eet niet samen. Bij de nachtdiensten word ik wakker als hij thuiskomt. Dan kunnen we wel samen eten en een fijne avond hebben. Wanneer hij naar bed gaat, ga ik naar mijn werk. Ik heb geen kinderen. Mijn vriend heeft wel twee kinderen, maar die wonen niet meer thuis. De nachtdiensten passen dus goed in ons leven.”

De psychische kant van DigiContact spreekt me erg aan

Mensen ervaren ’s nachts dingen somberder, toch? “Ja, dat klopt. Soms heb je wel drie kwartier iemand aan de telefoon die er doorheen zit of suïcidale uitspraken doet. Ik vind het een uitdaging om ze hieruit te halen en te kijken hoe het verder moet. Die psychische kant van DigiContact spreekt me erg aan. Het zijn vaak wel zware gesprekken, maar erna is er (vooral in de nacht) ook wel tijd, waardoor je er dan met collega’s zo nodig over kan praten. Daarnaast heb je ook andere klussen, want we doen de administratie allemaal zelf. Het is niet meer zoals aan het begin van DigiContact was: rustige nachten, een filmpje kijken en af en toe een belletje. Het zijn drukke diensten, maar ik vind de mix nog steeds erg fijn.”

Ik mediteer, volg workshops en doe ontspannende dingen

Je gaf net aan dat je een gevoelsmens bent. Het werk vraagt mentaal ook veel van je. Wat doe je in je vrije tijd? “Ik lees veel en houd me bezig met persoonlijke ontwikkeling en spiritualiteit. Ik mediteer, volg workshops en doe ontspannende dingen, zoals een tijdschrift lezen of een serie kijken. Daarbij kun je even in een andere wereld stappen en daar kan ik me goed bij ontspannen. Daarnaast train ik veel met mijn fitnessapparaten op zolder. Zoals ik net zei loop ik wat moeilijker, waardoor ik fanatiek train om het bij te houden.”

Het is totaal anders en drukker dan voorheen

DigiContact is anders dan 7 jaar geleden, gaf je aan. Wat valt jou op in de ontwikkeling van DigiContact in de afgelopen jaren? “We zijn in elk opzicht groter geworden. In het eerste jaar bestonden we uit een team van 15 collega’s en dat zijn er nu zo’n 45. We begonnen met de ondersteuning van cliënten van Philadelphia die ambulante begeleiding hadden. Daar zijn woongroepen en talloze organisaties bijgekomen. Ook komt er veel administratie bij kijken en dat vind ik af en toe een worsteling vanwege alle verschillende systemen. In die zin is het totaal anders en drukker dan in het begin. Af en toe vraag ik me af hoe we het kunnen bolwerken, maar al doende leert men. Ik ben er daardoor wel rustiger en handiger in geworden.”

Als ik het leuk en fijn blijf vinden en er voldoening uit blijf halen, dan blijf ik dit tot mijn pensioen doen

Als je 7 jaar vooruitkijkt. Heb je dan dromen? “Ik ben niet erg ambitieus. Als ik het hier draaiende weet te houden en het volhoud, dan is dat goed. Af en toe word ik wel teruggefloten als ik te veel doe. Ik vind het gewoon fijn. Ik hoop dat ik het volhoud, want het is wel een aanslag op je lijf om steeds te schakelen tussen de diensten. Waar het in eerste instantie om draait, zijn de gesprekken met de cliënten. Als ik dat leuk en fijn blijf vinden en ik daar voldoening uit blijf halen, dan vind ik het goed. Dan blijf ik dat tot mijn pensioen doen.”

De kans dat een cliënt vaker dezelfde persoon aan de lijn krijgt, is kleiner geworden

Als je DigiContact een advies zou kunnen geven, waarin zou het zich dan nog in kunnen ontwikkelen? “In het waarborgen van de kwaliteit. We zijn zo groot geworden en hebben zoveel cliënten. In het begin kende je de cliënten beter. Nu lijkt het soms een rijdende trein en gaat het wel eens te hard. Je moet het wel kunnen bijhouden.”

“De kans dat een cliënt vaker dezelfde persoon aan de lijn krijgt, is ook kleiner geworden. Eerder kenden ze ons allemaal. Cliënten die we al 7 jaar begeleiden, zeggen dan ook wel eens: ‘Wat fijn dat ik jou weer spreek!’ Dat is allemaal veranderd en wennen. We kunnen daar ook niet meer aan beginnen. Het is niet meer haalbaar en misschien hoeft dat ook niet.”

Als iemand belt, heb je dan alle gegevens bij de hand? “Ja, we kunnen alles opzoeken als iemand belt. Met mijn 26 jaar ervaring in de zorg weet ik, als ik de cliënt niet ken en niet zo snel in het systeem kan opzoeken, dat ik op de cliënt kan afstemmen. Ik heb daar vertrouwen in en zoek ondertussen de informatie op.”

Later hoor ik wel eens terug dat een cliënt erg blij is dat hij of zij mij heeft gesproken. Dan denk ik: ‘Daar doe ik het voor!’

Heb je een voorbeeld van iets bijzonders wat je hebt meegemaakt in je werk bij DigiContact? “Soms gebeurt er iets waardoor iemand het niet meer ziet zitten en erg angstig is. Ik heb dan een gesprek met hem of haar en breng de begeleiding daarvan op de hoogte. Later lees ik dan wel eens terug in de rapportage, of hoor ik van mijn collega, dat de cliënt erg blij is dat hij of zij mij heeft gesproken, waardoor hij of zij de nacht doorkwam. Dan denk ik: ‘Daar doe ik het voor!’”

Van beroepsmilitair tot digitaal begeleider

Gerard werkt sinds 2017 bij DigiContact. Hiervoor was hij beroepsmilitair. Hij werkte 8 jaar bij het Veteraneninstituut en 5 jaar als re-integratiebegeleider. Op zijn 57stopte zijn loopbaan bij Defensie, maar hij was nog niet toe aan de geraniums. Een vriendin tipte hem dat ze bij DigiContact mensen zochten. Dat was een mooie volgende stap. We interviewden hem over zijn ervaringen als digitaal begeleider bij DigiContact.

De gesprekken variëren van een medicatieherinnering tot een serieus gesprek met iemand die eenzaam is.

Je werkt al een behoorlijk tijdje bij DigiContact. Neem je alle telefoontjes op of heb je een specialisatie? “Ik zou geen specialisatie willen hebben. Ik vind alles fijn om te beantwoorden: van een medicatieherinnering tot een serieus gesprek met iemand die eenzaam is. Op die manier probeer ik mensen te helpen. Hoewel ik het liefst zou willen dat het voor de lange termijn werkt, is dat vaak maar voor dat moment, maar het geeft al het gevoel dat je iemand hebt kunnen helpen.”

Je hoeft niet te integreren, als je een gebroken been hebt gehad. 

Had je, voordat je bij DigiContact ging werken, al ervaring met mensen met een verstandelijke beperking? “Nee, maar ik merkte dat zowel in het Veteraneninstituut als bij het werk als re-integratiebegeleider vaak ook een psychische component speelt. Je hoeft niet te integreren als je een gebroken been hebt gehad. Dat iemand uitvalt, heeft vaak een diepere oorzaak. Ook bij de gesprekken die ik bij DigiContact met mensen heb, probeer ik het achterliggende probleem te ontdekken. Dat is niet anders. Als je daarbij een stukje van jezelf geeft – zoals ik doe – openen mensen zich sneller.” 

Gesprekken blijven me meestal niet bij. De mensen die ik spreek wel.

Is er een gesprek dat je is bijgebleven? “Gesprekken blijven mij eigenlijk niet bij. Op een dag voer ik 20 tot 25 gesprekken. Wat ik doe om na zo’n dag weer te landen, is naar een onnozel televisieprogramma kijken. Daarna ben ik het weer kwijt. Ik kan je wel een voorbeeld geven van een grappig gesprek van laatst. Vanuit Defensie weet ik veel over medicatie en werkzame stoffen. Ik sprak een vrouw die per ongeluk Daktarin, een crème tegen schimmelinfectie, als tandpasta had gebruikt. Ik weet dat je ook Daktarin gel hebt voor mondschimmel en dat de werkzame stoffen daarvan hetzelfde zijn. Daarmee kon ik haar geruststellen.

Gesprekken blijven me niet bij, maar de mensen die ik spreek wel, zoals mensen die het leven niet meer zien zitten. In die gesprekken geef ik erkenning dat het leven zwaar voor hen is en zoek ik naar een opening naar het heden en de toekomst. In sommige gesprekken vind je die opening. Lukt het niet, dan ga je opschalen en hulp zoeken bij de huisarts, 112 of andere instanties. Soms staat ook in een dossier vermeld dat je op zo’n moment de crisisdienst moet bellen.”

Half Nederland heeft last van eenzaamheid. Ook mensen met een verstandelijke beperking.

Wanneer heb je na afloop van een werkdag een voldaan gevoel? “Altijd wel. Voor een gesprek heb ik een agenda met daarin de naam, de tijd en hoelang we het gesprek kunnen hebben. Ook zie je op welke doelen je in het gesprek moet sturen. Laatst sprak ik een man die erg eenzaam is en graag weer meer onder de mensen zou willen komen. Door de coronatijd is dat een moeilijk doel. In zo’n gesprek sluit ik aan bij het gevoel en probeer ik meneer gerust te stellen dat hij hier niet alleen in is. Half Nederland heeft last van eenzaamheid. Iemand kan een licht verstandelijke beperking hebben, maar is vaak niet anders dan mensen zonder beperking. Voor hen is dat fijn om te horen.“

Het is belangrijk om echt naar de mensen te luisteren en ze persoonlijk aan te spreken.

“Op de doelen die in de agenda staan, moet je in het gesprek sturen. Ik giet ze vaak wel in een andere verpakking. Zo zeg ik niet: ‘Denk er morgen aan om u te scheren’, maar: ‘Zorg je ervoor dat je morgenochtend netjes vertrekt?’. Het is belangrijk om echt naar de mensen te luisteren en ze persoonlijk aan te spreken. ‘Hallo mevrouw, hoe is het met u?’ is erg onpersoonlijk. Je voelt je een nummer. Mensen met hun naam aanspreken of een compliment geven over hun kleding of haar is veel persoonlijker.”

Je zei net dat je aan het eind van de dag graag tv kijkt. Heb je nog meer hobby’s? “Mijn kinderen zijn allemaal uitgevlogen. Ze zijn verhuisd of hun huis moest worden opgeknapt. Daar ben ik druk mee geweest. Ook breng ik regelmatig auto’s weg en heb ik daarvoor één of twee keer per maand een lange rit naar het buitenland. Je bent dan alleen maar bezig met rijden, waardoor je hoofd helemaal leeg raakt. Dat is zo fijn. Vissen is ook een hobby die ik graag doe, maar waar ik nooit tijd voor heb.”

Als militair had ik al de droom om te stoppen met werken en zoveel mogelijk te reizen.

Als je nu denkt aan vijf jaar later. Heb je voor dan nog dromen? “Over tweeënhalf jaar stop ik met werken. Als militair had ik al de droom om te stoppen met werken en zoveel mogelijk te reizen. Daar droom ik nog steeds van. Europa heb ik wel gezien en ik heb al vijf of zes lange reizen gemaakt. Australië staat nog op de kalender, voor als dat weer kan.”

Als je DigiContact een advies zou mogen geven voor de komende jaren, wat zie je dan nog als ontwikkelmogelijkheden? “Het werk van DigiContact bestaat uit gesprekken voeren. Ik maak mijn hoofd weer leeg met reizen en auto’s wegbrengen, maar ik kan me voorstellen dat vooral de jeugdige begeleiders dat minder lukt. Ik zou het ideaal vinden als je ook af en toe eens met de voeten in de klei staat, ook een dag meeloopt op locatie. Het is een onderbreking van je werk en je kunt de locatie direct kennis laten maken met DigiContact.”

Soms is structuur nodig, soms een luisterend oor

DigiContact biedt digitale ondersteuning aan cliënten en zorgmedewerkers. Sinds september 2020 is Rowan één van de begeleiders binnen DigiContact. We bespraken met haar hoe DigiContact precies werkt en hoe zij het werk ervaart. Wat is de toegevoegde waarde van DigiContact en waarin is vooral haar meerwaarde zichtbaar? 

Zou je jezelf willen voorstellen? “Ik ben Rowan en ik ben 28 jaar oud. Qua werk heb ik veel verschillende dingen gedaan. Ik ben begonnen bij Ons Tweede Thuis, ook een zorginstelling in de gehandicaptenzorg. Daar heb ik mijn opleiding gedaan. Daarna heb ik in het speciaal onderwijs en bij de jeugdbescherming gewerkt. Vervolgens ben ik via een vriendin bij DigiContact terechtgekomen. Zij werkte ambulant bij Philadelphia en viel in bij DigiContact. Van haar hoorde ik dat er mensen nodig waren en zo ben ik er ingerold. Ik vind mezelf vrij sociaal en ben graag onder de mensen. Verder ben ik creatief en graag met van alles bezig. Lezen vind ik ook leuk, maar daar maak ik vaak te weinig tijd voor vrij. Dat is in een notendop wie ik ben.”

Gapph is een sociaal woonproject waar jongeren zonder en met begeleiding wonen. 

En woon je hier in de buurt? “Dat is wel leuk om te vertellen. Ik woonde namelijk eerst in Driebergen, maar dat was een tijdelijke huurwoning en mijn contract liep af. Ik heb ergens anders nog een bijbaantje en een collega daarvan vertelde dat ze via Gapph sociale projecten hebben voor gemengd wonen. Je woont dan samen met jongeren die er op een reguliere manier zijn binnengekomen en jongeren die er vanuit de zorg wonen. Het is een soort studentencomplex voor tijdelijke huur met vijf etages. Op mijn etage wonen vier jongeren met ambulante begeleiding en dertien jongeren die op een reguliere manier zijn binnengekomen. Het doel is om de sociale inclusie te bevorderen en dat de jongeren die ambulant begeleid worden, mee kunnen komen in het geheel. Het is de bedoeling dat je elkaar helpt als dat nodig is. Daarin merk je eigenlijk geen verschil tussen alle jongeren, want iedereen heeft wel eens problemen.”

Het voordeel van onregelmatig werk is dat je soms extra vrije tijd hebt.

Wat trok je zo aan in digitale begeleiding? “Wat me aantrok bij DigiContact is dat je op een hele effectieve manier mensen kan ondersteunen. Het zijn kortdurende gesprekken waarin je mensen direct kunt helpen met waar ze nu tegenaan lopen.”

Hoe ervaar je het onregelmatig werken? “Dat was ik wel gewend vanuit Ons Tweede Thuis. Het wisselt erg hoe ik het onregelmatig werken ervaar. Soms vind ik het fijn, want dan heb je extra vrije tijd. Ik kan bijvoorbeeld op een doordeweekse dag in de ochtend naar de stad, wanneer het veel rustiger is. Ik houd vooral van de avonddiensten. Het nadeel daarvan is wel dat je dingen in je vrije tijd mist, omdat de meeste mensen in de avond vrij zijn en ik dan niet ergens bij kan aansluiten. Het heeft dus voor- en nadelen.”

Hiervoor heb je ander werk gedaan. Hoe vond je dat werk? “Het werk bij de jeugdbescherming heb ik een tijdje gedaan en vond ik erg uitdagend. Waar ik tegenaan liep was dat het natuurlijk heel kwetsbaar werk is. Je maakt hele ingrijpende beslissingen die veel invloed hebben op gezinnen en kinderen. Ik merkte dat ik behoefte had aan meer kennis en ervaring. Vandaar dat ik mijn plek heb gevonden bij DigiContact. Hier kan ik ervaring opdoen met de diverse doelgroepen en verschillende hulpvragen. Daarbij kan ik vanuit deze rol naast de cliënten staan. Dat past op dit moment goed bij mij en ik haal er mijn energie uit.”

Soms is het bieden van structuur nodig, soms alleen een luisterend oor. 

Je kunt natuurlijk door iedereen gebeld worden: iemand met psychische of sociale problemen of een verstandelijke beperking. Zie je verschillen in de problematiek en de aanpak? “Ja, ik denk dat vooral de benadering nog wel eens verschilt. De één kan je meer directief benaderen. Zij hebben het nodig dat je de situatie wat meer structureert en meekijkt hoe iets opgelost kan worden. De ander bied je meer een luisterend oor. Dit verschilt erg en ik ervaar het grootste verschil tussen mensen met en zonder een verstandelijke beperking. Als een cliënt met een verstandelijke beperking belt, ga je meer naast hem of haar staan en de situatie overzichtelijk maken. Bij cliënten met psychische problematiek en zonder verstandelijke beperking bied je vaak meer een luisterend oor en vraag je meer uit. In mijn ogen hebben zij een groter oplossend vermogen, waar mensen met een verstandelijke beperking meer ondersteuning en begeleiding nodig hebben.”

Mijn toegevoegde waarde is dat ik wensen goed kan uitvragen en duidelijk kan kaderen.

Heb je een concreet voorbeeld van een situatie waarin je echt een toegevoegde waarde was voor een cliënt? “Ja, in gesprekken is mijn toegevoegde waarde, denk ik, dat ik goed kan luisteren. Dat is natuurlijk een cliché, want dat moeten we allemaal kunnen, maar ik had bijvoorbeeld een situatie met een cliënt met autisme. Hij vindt het erg belangrijk dat je hem vooral aanhoort en de situatie heel erg kadert. Daardoor had hij soms moeite met hoe wij hem benaderden. Hij had bijvoorbeeld last van bepaalde lichamelijke kwalen, waarop wij zeiden dat hij daarvoor naar de huisarts moest gaan. Dat vond hij heel onprettig. Hij wist namelijk wel dat hij naar de huisarts moest, maar wilde zijn verhaal even kwijt en er erkenning voor krijgen. Ook heeft deze cliënt, vanwege zijn autisme, erg behoefte aan duidelijkheid en structuur. Hij liep er daarbij ook wel tegenaan dat wij soms weinig tijd voor hem hadden en daardoor een gesprek moesten afkappen. Bij een evaluatie heb dit toen met hem opgepakt. We hebben duidelijke afspraken gemaakt over wat hij wel en niet wilde. Ik heb veel uitgevraagd en concreet gemaakt wat hij precies wilde. We hebben bijvoorbeeld afgesproken dat een gepland gesprek 20 minuten duurt, dat we bij ongeplande gesprekken van tevoren een tijd met hem afspreken en dat we bijvoorbeeld vijf minuten voor het einde aangeven dat de tijd bijna voorbij is. Mijn toegevoegde waarde hierbij was dat ik zijn wensen duidelijk heb kunnen kaderen en heb kunnen verwoorden in een afsprakenkaart, zodat we in volgende gesprekken helder hebben wat hij precies nodig heeft.”

Je hebt het over een afsprakenkaart. Wat is dat precies? “Voor elke cliënt maken we na de intake een afsprakenkaart, waarin we de doelen zetten die we met hem of haar hebben afgesproken. We zetten daarin welke begeleiding de cliënt daarvoor nodig heeft en wat de do’s en don’ts zijn. Sommige cliënten vinden het bijvoorbeeld fijn om met ‘u’ aangesproken te worden en anderen willen dat juist niet. De afsprakenkaart heeft als doel dat we echt passende begeleiding bieden. We werken met zo’n 40 collega’s en dit is een mooie manier om overzicht te houden. Het maakt dan niet meer uit wie de cliënt aan de lijn krijgt. We hebben allemaal toegang tot dezelfde informatie.”

Cliënten vragen soms of we iets niet willen rapporteren, maar dat kunnen we niet doen.

Maken jullie ook van ieder gesprek een verslag? “Ja, we rapporteren de gesprekken altijd en dat bespreken we ook met de cliënten. Soms vragen ze of we iets niet willen rapporteren, maar dat kunnen we niet doen. We werken in samenwerking met de fysiek aanwezige begeleiding en het is belangrijk dat we hen overal van op de hoogte stellen. We geven cliënten dan de keuze om iets wel of niet te vertellen.” 

“Bij sommige organisaties werken we in hun systeem, waardoor de begeleider het direct kan lezen. Bij andere organisaties rapporteren we in ons eigen systeem. De begeleiding kan het dan niet direct lezen, maar stellen wij bij bijzonderheden en wanneer het nodig is altijd op de hoogte.”

Ik denk dat het veel rust biedt en ook een stuk zekerheid geeft dat mensen altijd kunnen bellen als er iets is. 

Wat vind jij, tot slot, de meest toegevoegde waarde van DigiContact voor de cliënt? “Ik denk dat de grootste toegevoegde waarde is dat wij 24 uur per dag bereikbaar zijn. Mocht de cliënt ergens tegenaan lopen en de ambulante begeleider is er niet, dan kunnen ze altijd bij ons terecht. Soms is er wel even een wachtrij, maar dat proberen we altijd zo kort mogelijk te houden. Ik denk dat dat veel rust biedt en ook een stuk zekerheid geeft.”

Nachtmonitoring draagt bij aan de veiligheid van cliënten

Sinds december 2020 is DigiContact gestart met nachtmonitoring. Een team met begeleiders is gedurende de nacht beschikbaar voor cliënten en begeleiders binnen woonlocaties. Wij gingen in gesprek met DigiContact begeleiders Alwin en Ludo over de ervaringen in de eerste maanden. Dit is het verhaal van Ludo.

Stel je jezelf even voor? Mijn naam is Ludo. Ik ben 27 jaar en ik kom uit de Zaanstreek. Ik werk voor DigiContact en ik ben uitgekozen om dit nieuwe project op te starten.

Kun je iets uitleggen over dit nieuwe project? Het betreft nachtmonitoring voor cliënten die ’s nachts toezicht nodig hebben. Ons systeem registreert beweging en geluiden. Op het moment dat er een melding binnenkomt kijken wij of er hulp nodig is. Gaan mensen gewoon naar het toilet of draaien ze zich om in bed, dan is er geen reden tot zorg. Is er wel iets aan de hand, dan bellen wij de wacht of een andere contactpersoon die snel ter plekke kan zijn. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand een epileptische aanval heeft of in paniek is. Door deze vorm van monitoring toe te passen kan de slapende wacht vaker doorslapen en is er voor de wakkere wacht iemand die een extra oogje in het zeil houdt. Soms kan een wakende wacht naar een slapende wacht worden omgezet.

De slapende wacht hoeft niet voor ieder geluidje het bed uit.

Hoe kom je bij DigiContact terecht en wat heb je hiervoor gedaan? Ik ben hiervoor beveiliger geweest en ik heb in die functie ook veel nachtdiensten gedraaid. De reden waarom ik op deze baan heb gesolliciteerd is omdat ik het mooi vind om beveiliging en de veiligheid van cliënten te combineren. Omdat ik als beveiliger twee nachtdiensten in de week deed, en vervolgens nog dagdiensten erbij, werd mijn ritme verstoord. Nu ik bij DigiContact alleen maar nachtdiensten doe, is er een nieuw natuurlijk ritme in mijn leven en dat vind ik belangrijk. Ik merk dat ik daardoor veel meer energie heb op de dagen dat ik vrij ben. In mijn vrije tijd sport ik veel. Bijvoorbeeld klimmen, een potje honkbal spelen of paintballen. Als ik thuis iets voor mezelf doe dan ben ik vaak bezig met schilderen.

We ontwikkelen met elkaar een geheel nieuwe dienst.

Wat trok je precies in deze baan? Deze baan was voor mij was de mooie kans om echt wat te betekenen in het team. Bij al mijn vorige banen was het zo dat er werd verteld wat ik moest doen. Hier is het zo dat ik zelf mijn eigen input kan geven. Als er dingen niet lekker lopen kan ik daar mijn eigen draai aan geven en kan ik er mijn mening over uiten. We zijn met elkaar bezig een geheel nieuwe dienst te ontwikkelen. Dat maakt het uitdagend en heel prettig werken.

Wat voegt DigiContact in jouw ogen toe aan het zorgaanbod? Het belangrijke van DigiContact is dat er altijd iemand cliënten te woord kan staan. Als wij er niet zouden zijn waren zij alleen aangewezen op de begeleiders die fysiek aanwezig zijn. Zijn die niet de hele dag op de locatie, of even bezig met een andere taak, dan is er niemand bereikbaar. Als een cliënt op dat moment een vraag heeft, hoeft hij deze niet uit te stellen, maar kan hij altijd DigiContact bellen. Dat kan een simpele vraag zijn, maar ook gaan over relaties of medicatie. In principe kan het over van alles gaan. 

Wij ontlasten de begeleiders en geven zowel hen als de cliënten een veilig gevoel.

Welke voordelen heeft de nachtmonitoring? Het grote voordeel van de nachtmonitoring is dat wij de begeleiding die fysiek aanwezig is kunnen ontlasten. Als zij zelf alle meldingen zouden opvolgen, moeten zij twintig keer uit bed om elk klein dingetje te controleren. Dat terwijl er negentien keer niets aan de hand is. Dus die ene keer dat er wel wat aan de hand is kunnen wij de wacht waarschuwen en aangeven wat er aan de hand is. Dat geeft veel rust voor de begeleiding. Die kan in principe rustig gaan slapen en wachten tot de telefoon gaat.

Ook als er ’s nachts wel een begeleider is die wakker blijft, is nachtmonitoring een veilig gevoel. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand hulp nodig heeft, terwijl de begeleider net met een andere client bezig is. Wij signaleren dit en kunnen dan de begeleider waarschuwen of zelf ondersteuning op afstand bieden. 

Kun je een voorbeeld geven? Wij hebben een cliënt gehad die blind en dement was. Door een verstoord tijdsbesef kwam het voor dat hij zich om drie uur ’s morgens ging aankleden en dan in de woonkamer ging zitten wachten totdat de begeleiding langskwam. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hij heeft ook gewoon zijn nachtrust nodig. Dan kunnen wij de begeleiding wakker bellen om die persoon weer terug naar bed te begeleiden. Een andere mogelijkheid is dat wij zelf het gesprek aangaan via de intercom. Zo hebben we deze cliënt meerdere malen kunnen begeleiden en ervoor kunnen zorgen dat hij terug naar bed ging. 

Jullie zitten dan achter een computer en zien dat gebeuren? Hoe werkt dat? Wij zitten achter een monitorsysteem. Als wij een melding binnenkrijgen activeren we het systeem. Dan zien wij de camerabeelden en de afspraken die met de betreffende locatie gemaakt zijn. Als wij de situatie niet vertrouwen gaan wij bellen. Als er wel een geluid is, maar er is verder niks aan de hand, dan kan de slapende wacht lekker doorslapen.

Wij kunnen de begeleider ook op afstand ondersteunen bij een calamiteit.

Wat zijn de voordelen voor de fysiek aanwezige begeleider?
Naast een betere nachtrust voor de slapende wacht en een extra oogje in het zeil voor de wakkere wacht is een ander voordeel. Dat is dat wij hem/haar kunnen ondersteunen als er echt iets aan de hand is. Bijvoorbeeld als iemand gereanimeerd moet worden. Dan kan de begeleider ons verzoeken om 112 te bellen. Dit omdat diegene zijn handen op dat moment vol heeft. Mocht er iets gebeuren waar onduidelijkheid of twijfel over is, dan hebben wij veel informatie beschikbaar. Het is ons uitgangspunt dat we elke situatie samen tot een goed einde brengen.

Welke apparatuur gebruiken jullie? Op dit moment gebruiken wij twee systemen. Hertek en CLB. Deze systemen bieden allebei de mogelijkheid tot continue-monitoring en het aansluiten van allerlei soorten zorgdomotica.

Wij krijgen meldingen binnen op het moment dat bepaalde sensoren afgaan. Dat kan een deurmelder zijn, een bewegingsmelder of een epilepsiemat. Op het moment dat wij die melding binnenkrijgen kunnen wij kijken wat er aan de hand is. In de sanitaire ruimtes zijn melders waar cliënten zelf aan kunnen trekken op het moment zij hulp nodig hebben. Continu-monitoring wil zeggen dat we naast de meldingen ook live kunnen zien wat er gebeurt. 

We monitoren alleen wat we vooraf hebben afgesproken.

Hoe gaan jullie om met de privacy? Privacy is heel belangrijk. We houden de cliënt in de gaten tijdens de vooraf afgesproken situatie. Buiten deze tijden controleren we natuurlijk helemaal niets. Heeft een persoon iemand op bezoek, dan bepalen we in overleg met de begeleiders of we wel of niet gaan monitoren zolang het bezoek er is. 

Kun je tot slot een voorbeeld noemen van een bijzondere situatie die je hebt meegemaakt? Wij hebben een cliënt die vaak probeert weg te lopen. Ze probeert dan van de locatie te ontsnappen en dat is niet de bedoeling. Ze kan snel vallen en dat is gevaarlijk. Door het meldingssysteem kunnen wij op tijd aan de bel trekken en de begeleiding waarschuwen. Je moet er niet aan denken dat zij ongemerkt naar buiten loopt of van de trap valt. 

Ik ben hulpverlener, maar dat wil niet zeggen dat ik het beter weet

Onlangs introduceerde DigiContact een nieuwe teampagina op haar website. Hier vind je onder meer foto’s van de begeleiders, verhalen en vacatures. Om nader kennis te maken met het team, interviewen we elke maand een DigiContact medewerker. Deze keer is het de beurt aan Daisy.  

Hallo Daisy, stel je jezelf even voor? “Mijn naam is Daisy. Ik werk nu bijna twee jaar, sinds april 2019, bij DigiContact. Mijn ervaring zit vooral in de psychiatrie en verslavingszorg. Dat breng ik ook mee in de gesprekken die ik voer. Ik heb SPH gestudeerd en ben daarna mijn loopbaan begonnen bij een buitenschoolse opvang. Op een gegeven moment ben ik via invalwerk voor een uitzendbureau de psychiatrie binnengeloodst. Uiteindelijk ben ik gaan werken bij een psychiatrische kliniek.”

Terug de samenleving in, daar werkte je met elkaar naartoe.

Wat deed je daar? “Daar was ik groepsbegeleider. Ik had wisselende diensten op een gesloten afdeling voor mensen met psychoses of persoonlijkheidsproblematiek, die ook in aanraking waren gekomen met justitie. Ik ondersteunde hen bij het dagelijks leven, door bij de lunch aan tafel te zitten of bij het avondeten. Het was echt een groepsgebeuren, waar iedereen taken had in huis en ook werkte aan zijn/haar eigen doelen. Die waren vastgelegd in behandelplannen, waar wij ook bij DigiContact mee werken. 

Ik observeerde het gedrag en zorgde dat het ‘schoon bleef’. Dat wil zeggen dat er geen middelen binnenkomen. We deden blaas- en urinetesten om te checken of mensen niet gebruikten. Ging het goed dan konden de bewoners doorstromen naar groepen met minder controle. Uiteindelijk stroomden ze uit naar begeleid wonen met ambulante ondersteuning. Dat is dan de ideale situatie, weer terug de samenleving in. Daar werkte je met elkaar naartoe.” 

Je kunt gebruik niet altijd rigoureus verbannen.

Wat maakte dat je dacht: ‘DigiContact, dat lijkt me wel wat?’ “Waar ik tegenaan liep bij de gesloten inrichting is dat het heel goed is dat mensen gestabiliseerd worden, maar op een gegeven moment is het nodig om door te stromen. Dan moet de regie weer terug naar de cliënt. Daarbij blijf je soms zitten in een spanningsveld tussen wat kan iemand en wat mag iemand. Je was soms een beetje een politieagent. Dat vond ik niet leuk. Er zitten mensen achter met mogelijkheden, alleen laten de regels het niet toe om dat te verkennen. Uiteindelijk ben ik bij een instelling voor begeleid wonen gaan werken, waar je die doorstroom meemaakt. Ook daar heb je weer de nodige uitdagingen. 

Je kunt gebruik denk ik niet altijd rigoureus verbannen. Soms is het beter om mensen te leren ermee om te gaan. Dat wordt alleen niet overal getolereerd. Het zou fijn zijn als er een tussenfase zou zijn waarin gebruik wel gedoogd wordt. Een fase waarin het leven weer opgepakt kan worden zonder rebels gedrag, juist vanwege de grote hoeveelheid regels. Het kostte me op een gegeven moment te veel energie. Ik wil juist de regie zoveel mogelijk teruggeven. Niet: ‘Jij mag dit niet’, maar: ‘Oké, vertel, wat heb jij nodig? Waar zit je mee? Hoe kan ik jou op een lichte manier begeleiden, waarbij wij op een gegeven moment misschien veel minder nodig zijn?’ Dat iemand het gevoel krijgt: ‘Ik kan dit aan en ik kan verder’. Dat was ook wat mij aantrok bij DigiContact. Letterlijk op afstand mensen ondersteunen om zo zelfstandig mogelijk te leven.” 

Ieder gesprek vraagt weer om een andere benadering.

Je komt uit de GGZ. Voer je dan ook alleen maar gesprekken met cliënten uit die hoek? “We zijn allemaal allround en kunnen met iedere cliënt gesprekken voeren. Hoe het gesprek verloopt ligt vooral aan de cliënt. Wat heeft hij/zij op dat moment nodig. Als ik vragen heb over LVB-problematiek vraag ik dat aan mijn collega’s en zij kunnen ook aan mij vragen hoe iets gaat binnen de GGZ. Ik zit ook bij het team deskundigheidsbevordering om te kijken over welke onderwerpen we binnen DigiContact meer zouden willen leren. Niet zozeer dat de mensen in dit groepje degene zijn die alles weten, maar we proberen de informatie en kennis te verzamelen en mensen te vinden die ons er meer over kunnen vertellen.

We merken wel dat er meestal sprake is van aanvullende problematiek. Of beter gezegd: een combinatie van factoren. Hierbij gaat het vaak meer om het beïnvloeden van gedrag dan het feit of iemand wel of niet licht verstandelijk beperkt is. Er zijn bijvoorbeeld mensen die zelfstandig wonen en veel drinken. Omdat ze ambulante hulp krijgen en DigiContact kunnen bellen, kunnen we hen leren hier bewust mee om te gaan, zonder het te verbieden. Je hebt te maken met de intelligentie en het begrijpend en empathisch vermogen van mensen. Hoe werkt het in hun brein? Dat vraagt iedere keer weer om een andere benadering.

Er is bijvoorbeeld een autistische man met een verslaving die aangesloten is bij DigiContact. Het gaat bij hem niet om het stoppen, want dat lukt hem niet, maar wel om het reduceren van het gebruik. Zodat hij nog wel kan functioneren en naar de dagbesteding gaat. We vragen dan bijvoorbeeld: ‘Hoe zit het met je zucht of je trek? Lukt het je als er een nare gebeurtenis is?’ Zijn vader was onlangs overleden. Hoe gaat hij daarmee om? Hoe verwerkt hij dat? Kan hij daar ook iets anders voor vinden dan alleen maar te drinken? Dat soort dingen. Dat vind ik heel interessant.”

Het hondje dat ik uitlaat is best een angstig beestje. Ik heb een goede band met hem opgebouwd.

Wat doe je in je vrije tijd? “Ik heb een pas waarmee ik voor een vast bedrag per maand ongelimiteerd naar de bioscoop kan. Ik ben zelfs een keertje, toen ik een week vrij was, een uitdaging aangegaan om elke dag naar een film te gaan. Het is me bijna helemaal gelukt. Eén dag kon ik niet, dus toen ben ik op één dag twee keer op de dag naar de film geweest. Het zijn filmhuisfilms, waarin bijzondere of interessante onderwerpen voorbijkomen. Thema’s zoals feminisme vind ik bijvoorbeeld interessant. Ik zag een documentaire over Gloria Steinem, een journaliste en activiste uit de jaren ’50, die streed voor feminisme en tegen vrouwenonderdrukking. 

En ik hou van honden. Omdat ik in een huis woon waar huisdieren niet toegestaan zijn, ben ik een vrijwillige hondenuitlater. Via een website ben ik in contact gekomen met een dame die soms overdag geen tijd heeft om haar hondje uit te laten. Ik kan door mijn onregelmatige werktijden makkelijk een keer voor mijn late dienst of op een vrije dag haar hond uitlaten. Dat is hartstikke leuk, want ik bouw een goede band met de hond op. En ik weet wat ik kan verwachten als ik zelf ooit een hond neem. Daar word ik heel blij van.”

Wat voor hond is het? “Het is een beetje een mix tussen een Jack Russell en nog iets. Het baasje heeft de hond als pup uit het asiel gehaald. Hij is volgens mij wat getraumatiseerd, want het is best een angstig beestje. Toen zij hem kreeg was zij al de vierde eigenaar, dus ik weet niet wat er is gebeurd in de tijd dat ie heel jong was. Maar dat merk je gewoon, dat hij heel angstig is. Dat we heel goed klikken, voelt daarom heel goed voor mij. Het is een heel lief, gevoelig hondje. De eerste paar keer moest hij wel een beetje grommen: ‘Wie ben jij?’ Nu als ik kom zit hij helemaal te springen: ‘Je bent er weer’.”

Ik schroom moeilijke onderwerpen niet.

Even terug naar je werk. Wat vind je het mooiste onderdeel daarvan? “Je gaat met iemand een gesprek aan, en iedere keer is het opnieuw de vraag waar het over zal gaan. Ik hou van het luisteren naar iemand. Wat is er nu werkelijk aan de hand en wat zegt iemand nu echt? Wat voor hulp heeft iemand nodig? Kleine vragen stellen waardoor iemand denkt: ‘Dat kan ik misschien ook gaan doen’, of: ‘Misschien kan ik zelf hulp inzetten om iets te bespreken of iets te gaan doen.’, of: ‘Zo heb ik het niet bekeken.’. Dat je iemand op weg kan helpen. 

Ik schroom moeilijke onderwerpen niet, zoals over seksualiteit, liefde of zelfmoord. Dan vraag ik bijvoorbeeld: ‘Gaat het erom dat je echt dood wilt, of gaat het erom dat je van deze situatie weg wilt?’ Dat vind ik mooie gesprekken. Maar er komt zoveel meer voorbij. Ik herinner me een voorbeeld van een nachtelijk gesprek met een begeleider van wie een cliënt die nacht in een hospice overleden was. Die begeleider moest het even kwijt omdat ze het op dat moment met niemand anders kon delen. 

Soms is er paniek. Dat kan zowel bij een begeleider zijn als bij een cliënt. Dan is het fijn voor hen om even een klankbord te hebben. ‘Heb ik overal aan gedacht?’ ‘Heb ik er wel alles aan gedaan?’ Dat iemand na zo’n gesprek met een gerust hart naar huis kan of kan gaan slapen, dat zijn de mooie dingen. Ik ben een soort van praatpaal. Of nee, een luisterpaal eigenlijk. Ik vraag dingen waardoor iemand denkt: ‘Dit heb ik goed gedaan of hier kan ik mee verder, of ja, dat hebben we allemaal, het is niet zo gek.’ Wij zijn niet zo verschillend. Ik ben wel hulpverlener, ik heb gestudeerd, maar dat wil niet zeggen dat ik beter ben of meer weet.”

Wat het brein doet om je te beschermen, dat vind ik zo fascinerend.

Die gelijkwaardigheid in het gesprek, dat vind je belangrijk? “Ja. Dat doet me denken aan een nieuwe cliënt. Dat is iemand die een traumatisch verleden heeft. Misbruik, gebruik, heel veel mensen die zijn overleden. Het lijkt alsof zij het intelligentieniveau van een vierjarige heeft, omdat zij door die trauma’s terug is gegaan naar een punt waar ze zich veilig voelde. Ze wil zich afschermen van al die pijnlijke dingen. Wanneer je weet wat de achtergrond is, denk je niet: ‘Wat is dit voor een kinderachtig iemand?’, maar je snapt waarom zij zo is geworden. De boodschap die je uitzendt is: ‘Ik luister naar je en ik ben er voor je.’ Het is wel heel bijzonder. Wat het brein allemaal kan doen om zichzelf te beschermen en toch nog te functioneren. Dat vind ik zo fascinerend.”

Onze bewoners zijn zelfredzamer, zelfstandiger en trotser op zichzelf

Door middel van (beeld)bellen levert DigiContact ondersteuning op afstand aan mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dit doet zij in samenwerking met begeleiders van zorgorganisaties die de begeleiding bij mensen thuis of binnen een woonlocatie verzorgen. Babs Vuijk is projectleider innovatie en projecten bij Philadelphia. In haar vorige functie als manager zorg & begeleiding zette zij DigiContact in bij woonlocatie Delftzicht. We spraken haar over haar ervaringen.

Er werd gedacht dat het een bezuiniging was, maar dat is het absoluut niet.

Hoe ben je in aanraking gekomen met DigiContact? “In mijn vorige functie was ik manager van locatie Delftzicht van Philadelphia. Daar zijn we drie jaar geleden begonnen met het inzetten van DigiContact. We werkten daar op dat moment met een slaapdienst die ’s nachts op de locatie verbleef en er tot de volgende ochtend sliep. We merkten dat de begeleiders de enigen waren die daar profijt van hadden. Zij sliepen goed, maar de cliënten niet. Cliënten gingen ’s nachts gewoon de hort op. Ik merkte dat hierdoor uren werden ingezet op tijdstippen dat cliënten het niet nodig hadden en er daardoor, op de tijdstippen dat ze het wel nodig hebben, geen uren meer beschikbaar waren. Dat vond ik zonde. Toen ben ik drie jaar geleden bij Delftzicht begonnen met het implementeren van DigiContact. Dat is ook wat ik de komende jaren bij Philadelphia ga doen. Ik doe dat omdat ik er absoluut in geloof dat het wat toevoegt voor de cliënten en het team.”

Zag je direct iets in DigiContact toen je er voor het eerst van hoorde? Hoe ging dat? “Ik sta altijd wel open voor allerlei nieuwe dingen. Toen DigiContact ontwikkeld werd, dacht ik dat het een antwoord kon zijn op de vraag naar andere manieren van begeleiden. Ik heb dat eerst voor mezelf uitgedacht en met een collega besproken. Hoe ga ik dat dan doen? Hoe pakken we dit aan? Ik wist dat er weerstand zou komen, zowel van teamleden als van cliënten en verwanten, maar ik heb altijd geloof gehad dat ze het konden. Die weerstand kwam inderdaad. Er werd gedacht dat het een bezuiniging was, maar dat was het niet. Het is gewoon een manier om medewerkers in te zetten op tijdstippen waarop de cliënten dat nodig hebben.”

De weerstand is weg omdat iedereen gemerkt heeft hoe de cliënten gegroeid zijn.

Er is nu inmiddels al wat tijd overheen gegaan. Hoe is het nu? “De weerstand in Delftzicht is weg. Dat komt omdat iedereen gemerkt heeft hoe de cliënten gegroeid zijn in hun eigen leven. Medewerkers merken dat het heel fijn is dat het rooster nu zo is ingericht dat ze met z’n tweeën werken, in plaats van alleen. Dit doet me denken aan het eerste telefoontje dat ik kreeg toen we eenmaal het nieuwe rooster hadden. Een begeleider belde me op en zei: ‘Wat denk je dat ik nu aan het doen ben? Ik ben met een groepje cliënten in een supermarkt en ik ben ze aan het leren dat je producten kunt kopen die op ooghoogte liggen, maar dat je ook op de rij daarboven of -onder kunt kijken. Dat zijn vaak goedkopere producten waar hetzelfde in zit.’ Ze had de tijd en mogelijkheid om de cliënten te leren hoe ze met geld om kunnen gaan en inmiddels gaan bewoners gewoon zelf boodschappen doen. Ze hebben de hulp niet meer nodig. 

Hetzelfde geldt voor een cliënt die zich eerder altijd versliep. Toen we met DigiContact startten, belde zij hem steeds wakker en nu staat hij zelf op tijd op en is hij op tijd op zijn werk. Dat is die groei die de bewoners hebben doorgemaakt. Dat had ik van tevoren nooit zo in kunnen schatten.”

De veiligheid van bewoners is met DigiContact goed geborgd.

Dus het is eigenlijk nog beter dan je had verwacht? “Ja, absoluut. Ik werd een keer opgeroepen toen er overdag een incident plaatsvond. Er was op dat moment geen begeleiding, dus de bewoners hadden DigiContact gebeld. Het is je grootste angst als manager van een locatie dat er echt een incident plaatsvindt. Ik zag toen hoe de samenwerking tussen bewoners en DigiContact was en dat het zoveel toevoegt. De veiligheid van de bewoners is hiermee goed geborgd.”

Zie je verschil in het soort vragen waarmee cliënten DigiContact bellen of naar de begeleiders stappen? “Het heeft vooral met het tijdstip te maken. Bewoners kunnen nu hulp vragen wanneer ze dat nodig hebben en weten ook dat ze dan meteen antwoord hebben, of het nou ’s nachts of ’s ochtends vroeg is. Ze kunnen met hun hulpvraag gewoon 24/7 terecht en ik denk dat dat wel de grootste toevoeging is. De begeleiders van DigiContact stimuleren de bewoners ook om zo veel mogelijk zelfstandig te doen.”

Als er een incident heeft plaatsgevonden, kunnen begeleiders hun verhaal kwijt bij DigiContact.

Begeleiders hebben de mogelijkheid om zelf met DigiContact te bellen. Zie je dat als meerwaarde? “Voorheen werd je als manager van een locatie weleens door begeleiders gebeld in het weekend en DigiContact heeft dat overgenomen. Als er wat is gebeurd of een begeleider wil gewoon even sparren met een collega, dan bellen ze DigiContact. Daar is inmiddels ook een verpleegkundig team bij wie je met medische zorgvragen terecht kunt. Ik denk ook echt dat het heel veel toevoegt, omdat de begeleiders bij DigiContact weten waar ze over praten, ook al zijn ze op afstand.”

Zie je dat er veel gebruik van wordt gemaakt? “Er wordt het meest gebruik van gemaakt bij calamiteiten, bij ernstige dingen die niet binnen de normale begeleiding plaatsvinden. Dan willen begeleiders even sparren of hun eigen gevoel van onrust kwijt. Als er bijvoorbeeld een incident heeft plaatsgevonden en alles is afgerond, kunnen ze bij de collega’s van DigiContact hun verhaal kwijt.”

Er is meer tijd om cliënten te helpen te groeien en zich te ontwikkelen.

Is het werk van begeleiders op locatie veranderd door de samenwerking met DigiContact? “Het werk is voor de begeleiders zeker veranderd. Dat is niet alleen omdat ze nu tijdens een dienst met z’n tweeën werken, in plaats van alleen, maar ook omdat simpele hulpvragen meteen opgelost worden door DigiContact. Hulpvragen blijven daardoor niet liggen en cliënten hoeven niet te wachten tot er een begeleider is. De vraag kan gelijk beantwoord worden door DigiContact en daardoor heeft de begeleider meer tijd om andere dingen te ontwikkelen, samen met cliënten. Dat zie ik als een wezenlijke verandering.”

“Doordat hulpvragen van cliënten nu 24/7 beantwoord worden, is er meer tijd om andere dingen met cliënten op te pakken. De begeleiders kunnen cliënten meer helpen te groeien en zich te ontwikkelen en er is meer tijd voor een-op-een gesprekken.”

Cliënten zijn zelfredzamer geworden, leven zelfstandiger en zijn trotser op zichzelf.

Hoe kijk jij nu terug op de afgelopen drie jaar met DigiContact? “Ik heb altijd geweten dat cliënten dit konden en dat het wat toe zou voegen, maar ik heb zelf nooit van tevoren kunnen voorzien hoe enorm cliënten hierin zijn gegroeid. Ik vind dat het mooiste wat er is gebeurd.”

Waar zit die groei hem bijvoorbeeld in? “De groei in zelfstandigheid, in zelf beslissingen nemen, in zelf boodschappen doen, in geen hulp meer hoeven te vragen en eigenlijk net zo’n leven te leiden als ieder ander in de maatschappij. Zelf wakker worden en op tijd op je werk zijn. Het klinkt als hele kleine dingen, maar voor cliënten zijn het enorme groeimomenten die ze doormaken. Ik denk dat de groei bij cliënten ook zit in het gevoel van eigenwaarde en het gevoel dat ze het zelf kunnen en niet altijd fysieke begeleiding nodig hebben, omdat ze DigiContact kunnen bellen. In de loop der jaren heb ik ook gemerkt dat cliënten niet voor alles meer hulp van begeleiding nodig hebben, maar dat ze steeds meer in staat zijn om zelf tot oplossingen te komen. Ze zijn zelfredzamer geworden, leven zelfstandiger en zijn trotser op zichzelf. Ja, dat vind ik echt het mooiste effect van de inzet van DigiContact.”

Ik hou van kickboksen, koken en pianospelen. En van mijn hond, dat is echt mijn vriend.

Sander is 32 jaar en woont in Zwolle samen met zijn partner en hond. Sinds ruim vier jaar werkt hij bij DigiContact. In die periode is hij er even een half jaar tussenuit geweest. Met z’n drietjes maakten ze een rondreis door Engeland. Voordat Sander bij DigiContact kwam werkte hij op woonlocatie van Philadelphia en als ambulant begeleider. Hij tikt al bijna de twaalf en een half jaar aan in de zorg.

We hebben de auto ingepakt en zijn vertrokken

Wat heb je in Engeland gedaan? “Waar sommige mensen de beslissing nemen om op een bepaalde leeftijd ofwel te gaan trouwen of aan kinderen te beginnen, hebben wij besloten een rondreis door Engeland te maken toen het nog kon. We hebben allebei onze baan even op pauze gezet en gezegd, we gaan. We hebben de auto ingepakt en zijn vertrokken. Mooi was dat.”

Hoe ben je bij DigiContact terechtgekomen? “Ik heb altijd gewerkt op woonlocaties en daarna dus ambulant. Nee, ik zeg het verkeerd-om. Ik werkte eerst ambulant en ben toen naar een woonlocatie gegaan. Omdat het fysiek voor mij beter was om iets meer zittend werk te gaan doen ben ik naar DigiContact gegaan. Eerst ben ik gaan kijken of dat bij mij zou passen en vrij snel kwam ik erachter dat dat zo was, dus ben ik hier niet meer weggegaan. Gelukkig maar.”

Als je echte belangstelling toont, ontstaan de mooiste gesprekken

Wat doe je bij DigiContact? “Momenteel werk ik als senior begeleider. In feite ben ik er gewoon om alle gesprekken met cliënten te voeren, overigens ook met medewerkers van woonlocaties als er vragen zijn. Wij proberen door middel van gesprekken en soms wat tips, maar vooral ook door te luisteren en vragen te stellen, ervoor te zorgen dat cliënten weer verder kunnen in hun dag. Of we nemen een dag met ze door of we plannen een dagelijkse herinnering van de medicatie, omdat mensen het anders vergeten. Er zijn zoveel onderwerpen waarover gebeld wordt, ik kan het zo niet bedenken, heel veel.”

Kun je een voorbeeld noemen van een gesprek wat jou echt is bijgebleven? “Ja, een heel positief gesprek, wat ik echt als heel prettig heb ervaren en leerzaam ook, was met een dame. Ze vertelde mij heel erg te houden van fotografie. Nu heb ik zelf niet zo heel veel kennis van fotografie en dat maakt het misschien des te leuker, als je jezelf zo opstelt dat je ook wel wil leren. Ik heb haar vragen gesteld over fotografie en wat zij dan precies deed.”

“Zij vertelde dat ze heel graag foto’s wilde maken van mensen met een beperking, juist om te laten zien hoe mooi die mensen zijn. Zo zei ze het echt letterlijk en dat deed mij wel wat, in positieve zin. Ze zei ook: “Ik ga ook geen filter over foto’s gebruiken. Ik ga ze niet mooier maken dan hij is, want mensen zijn zoals ze zijn en ze zijn mooi zoals ze zijn”. Toen dacht ik: ja, dat is toch echt wel prachtig, als je dat gewoon kan zeggen. Dat vond ik mooi. Het was een heel fijn gesprek, ook al heb ik niet zoveel met fotografie. Als je jezelf zo opstelt dat je van iedereen ook wat wil leren en jezelf echt wil verdiepen dan komen er de mooiste gesprekken uit.”

Zij had een goede elevator pitch. Sander: “Absoluut. Zij gaf ook nog een voorbeeld, ze zei: “Als je nu uit het raam kijkt” – dat deed ik, ik werkte toevallig toen ook thuis en ik keek ook echt uit mijn raam, net zoals ik nu even kan doen – Ze zei: “Ja, het is mistig, maar als ik dan ga doen alsof de zon schijnt, dus ik maak er een hele filter overheen, dan is het nep. Dat is niet wat het is, ik wil een foto echt hebben”. Ja, dat vond ik mooi.”

Iedere begeleider kan iedere cliënt de juiste begeleiding geven

Zie jij kansen voor DigiContact? Waar verdere ontwikkelingsmogelijkheden liggen? Sander: “Hoe bedoel je dat precies?” Er is nu bijvoorbeeld een digitaal verpleegkundig team en nachtmonitoring wordt opgestart. Jij werkt natuurlijk nu al wat jaren bij DigiContact, zie jij nog meer mogelijkheden voor DigiContact om zich verder te ontwikkelen?

“Als je nu kijkt dan zie je dat alle begeleiders kennis hebben van alle mogelijke beperkingen en ziektebeelden. Ik denk dat het goed is om op termijn te gaan inventariseren waar de expertise van iedere begeleider ligt. Dan kun je ook kijken welke cliënt of welke doelgroep het best past bij welke collega, zodat we misschien cliënten daarin nog verder vooruit kunnen helpen. Ik denk dat dat wel een ontwikkeldoel zou kunnen zijn. De begeleidersgroep wordt alleen maar groter, net als de differentiatie binnen de cliëntgroepen en zorgorganisaties. Ja, dan moeten wij ook blijven meegroeien.”

Heb je het idee dat je mensen met een psychische stoornis ook goed kan helpen of ben je als begeleider toch meer ingesteld op mensen met een beperking? “Iedere begeleider kan in principe elke cliënt begeleiden. Waar wij altijd voor zorgen is dat wij alle informatie hebben, daarom voeren wij ook intakes met alle cliënten en met de begeleider erbij. Juist om ervoor te zorgen dat wij de informatie over een cliënt hebben inclusief een juiste begeleidingswijze. In dat opzicht maakt het dus niet uit.”

“Iedereen heeft nu ook al wel zijn eigen expertise, dus we vragen elkaar ook, waar ben jij goed in, kun je mij hierin een beetje helpen? Mijn kennis over de GGZ is wat minder, daar ben ik iets minder in gespecialiseerd, maar dan vraag ik mijn collega’s: Goh, ik liep hier tegenaan, kun je me verder helpen voor een volgende keer of hoe kan ik dat anders doen?”

Wat is jouw specialisme? “Dat is toch de gehandicaptenzorg. Daar kom ik ook echt vandaan en dat heb ik altijd gedaan, dus dan ligt daar wel meer mijn expertise dan bijvoorbeeld bij de GGZ.”

Mijn hond, een bordercollie van 7 jaar, is echt mijn vriend

Wat doe je als je niet aan het werk bent? “Ik houd van sport. Ik kijk graag naar voetballen. Ik zit zelf op kickboksen dat doe ik één of twee keer per week. Dat doe ik weleens met mijn partner en dat doe ik ook weleens met vrienden. Ik heb ook spullen in huis om af en toe wat te trainen. Ik houd van koken, dat vind ik ook leuk om te doen.”

“Oh ja, we hebben een piano en daar probeer ik af en toe wat op te spelen. Maar dat komt er nooit zo van. Al hebben we echt net per vandaag afgesproken dat we ook Zoom meetings gaan volgen voor pianoles, dus dan zal ik wel weer moeten. En in de sneeuw spelen met mijn hond. Dat is heerlijk. Ik heb een bordercollie van zeven jaar, dat is echt mijn vriend.”

Wat vind je het mooiste onderdeel van je werk? “Ik noemde net zo’n voorbeeld van een gesprek wat ik heel erg fijn vind en iets wat mij ook kan raken. Het mooiste vind ik dat je een cliënt echt weer verder helpt en vooral als hij of zij zijn of haar eigen ideeën kan bedenken door middel van vraagstelling. Dat je een vraag stelt en iemand bedenkt zich ineens: “oh, ja misschien zou ik dat ook nog wel kunnen doen.”

“Toevallig vandaag liep iemand er tegenaan dat ze de deur niet uit kon, omdat ze wachtte op een pakketje. Dan stel ik de vraag: “Kun je dan echt je deur niet uit of zijn er ook andere mogelijkheden?” Eigenlijk door middel van vragen kwam ze erachter dat ze ook wel een briefje kon ophangen dat ze het bij de buren konden afleveren. Ja, een simpel voorbeeld, maar je merkt dan toch dat mensen het zelf gaan bedenken en als mensen het zelf gaan bedenken en zelf verder kunnen dan vind ik dat heel mooi.”

Begeleiders hebben soms baat bij een collega die meedenkt 

“Wat mij ook altijd heel goed doet zijn de bereikbaarheidsdiensten van locaties. Als ik zo’n consultatiegesprek voer, – hoe we dat zo mooi noemen – dan merk je dat begeleiders op de woonlocaties het prettig vinden om met een collega te sparren die wat meer op afstand staat. Er kunnen soms best panieksituaties ontstaan en dan is het fijn dat wij rustig blijven. Wij zijn daar dan minder een partij in, omdat wij natuurlijk niet een directe band met de cliënt hebben, dus wij kunnen dan misschien iets makkelijker vanuit rust samen met de begeleider de oplossing vinden. Ik vind het heel fijn om de begeleider in zo’n situatie weer verder te helpen en krijg daar geregeld een blijk van dankbaarheid voor terug.”

“Ik kreeg laatst een mailtje van een begeleider. Ze zei: “Wat er gebeurd is, is echt wel heel heftig geweest, maar mocht nog een keer iets voorvallen dan weet ik dat ik bij jullie in goede handen ben.” Dat is toch eigenlijk waar je het voor doet. Mijn rol was helemaal niet zo groot. Ik bedoel, zij heeft het gedaan, zij heeft gehandeld en zij heeft goed gehandeld, maar dat je dan toch nog dat te horen krijgt dat doet me goed.”